Categorieën
Artikelen

‘Ik beschouw mijn hoofd als een zee’

Vandaag, september 2022

De Utrechtse stadsdichter Baban Kirkuki vluchtte in 1999 uit Iraaks-Koerdistan omdat hij weigerde propagandistische gedichten te schrijven en kwam in Nederland terecht. Hij debuteerde in 2006 met de bundel ‘Op weg naar Ararat’.

Baban Kirkuki, stadsdichter Utrecht

“Ik ben dagelijks bezig met poëzie en maak schetsen in mijn hoofd en binnenste. Ik sla alles op. Beelden, geluiden en gedachten over het leven. Helaas kan ik niet zeggen: nú maak ik een moment vrij om gedichten te maken. Ik moet de behoefte voelen om te schrijven. Vanuit leegte kan ik niks maken. Er gebeurt veel in mijn hoofd. Ik beschouw mijn hoofd als een zee. Als die overloopt schrijf ik.”

Fotograaf: Vincent Boon, www.vincentboon.nl

Lees verder in de PDF

Categorieën
Publicaties Uitgelicht

De kapelaan loopt mee in de polonaise

Kapelaan Rick Blom zegent het narrenschip de Blauw Sjuut in Heerlen, zingt op de lokale radiozender L1 zijn lievelingslied ‘Nao ’t Zuuje’, trakteert op nonnenvotten, is op de receptie van de jeugdprins, gaat voor in een carnavalsmis, loopt in een polonaise. Scrollend door de eindeloze reeks aan carnavalsfoto’s op zijn facebook-pagina rijst de vraag waar de kapelaan níet bij is geweest sinds de opening van het carnavalsseizoen op de elfde van de elfde vorig jaar.
De 38-jarige priester uit Blerick draait overuren. Samen met deken Hans Bouman heeft hij de parochies van Heerlen-Zuid onder zijn hoede en woont hij nagenoeg alle activiteiten bij van de Weltense carnavalsvereniging de Vlavrèters. “In onze stamkroeg Teerling zeg ik vaak: ik sluit de deur wel. Als ik als laatste blijf, heeft niemand de smoes dat het te laat werd om de ochtend daarna mijn carnavalsmis bij te wonen.”
Van carnaval krijgt hij veel energie, zegt de kleine, bebrilde kapelaan. “Vroeger in Blerick vierde ik drie dagen carnaval. Nu bijna twee maanden. Ik vind het fantastisch. Na Kerst en Oud en Nieuw begint mijn hart sneller te kloppen. Dan weet ik dat het gaat beginnen. Dat verveelt nooit. De gezelligheid. De saamhorigheid.

Lees verder als pdf 1

Lees verder als pdf 2

Categorieën
Uit het archief

SP-fractievoorzitter Bram Pulles (25) verlaat de politiek – en wordt priester

Vanochtend werd ik hier wakker en voelde, dít is het”, vertelt Bram Pulles. Hij heeft net al zijn spullen verhuisd van zijn Maastrichtse woning naar een kamer in de ‘catacombe’ van de oude abdij in Kerkrade. In het grootseminarie van het bisdom Roermond, in 1973 opgericht door toenmalig bisschop Gijsen, zal hij zich gaan voorbereiden op het priesterschap.

De 45 priesterstudenten in het seminarie, waarvan de meesten afkomstig zijn uit India, vormen een religieuze minderheid binnen dit omvangrijke complex dat ook hotel, restaurant en conferentieoord is, waar je ‘historisch kunt genieten’, zo belooft de folder. In de afgescheiden vleugel waar het seminarie gevestigd is, begint de dag om kwart voor zeven met het ochtendgebed, de Lauden en daarna de mis, het ­liturgische hoogtepunt van de dag, legt Pulles uit. Zijn eerste vakken zijn Latijn, Grieks en kerkgeschiedenis.

Lees verder in pdf 1

Lees verder in pdf 2

 

Categorieën
Uit het archief

Interview met Herman van Veen

‘Ik ben niet thuis als de dood langs komt. Dat vind ik zonde van mijn tijd’

Herman van Veen staat dit najaar weer in Carré met een voorstelling. ‘De schaterlach hoeft voor mij niet zo. Het gaat mij om de glimlach. Dat vind ik het mooiste zo ongeveer. Een grinnik.’

Eind dit jaar speelt u voor de 544e keer in Carré. Wat maakt deze oude liefde zo speciaal voor u?

Carré is ambachtelijk de meest ideale plek om te spelen. Iedereen kan door de halve circusvorm van de beleving van de ander meegenieten. De akoestiek is prachtig. Het is ook geweldig vertrouwd. Als ik in  Carré dat toneel op loop, loopt ook 50 jaar ervaring dat toneel op. 50 jaar ogen, neus en oren. Ik heb daar kilometers gezongen. Applaus gehoord, stiltes. Dat draag ik allemaal mee op. Elke blikrichting, alles wat ik daar doe heeft betekenis, maar de kunst is om te doen alsof dat niet zo is. Te doen alsof we entertainers zijn.

Wat wilt u mensen geven?

De schaterlach hoeft voor mij niet zo. Het gaat mij om de glimlach. Dat vind ik het mooiste zo ongeveer. Een grinnik. Ik had ooit een lp en die heette ‘Goed voor een glimlach’, een betere titel heb ik eigenlijk nooit gehad. Als je dat kan bereiken.

U blijft rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan. Hoe houdt u het vol?

Ik heb genetische mazzel. Ik sport niet. Ik blijf fit door mijn voorstellingen. Mijn lijf is blijkbaar heel sterk. Het creëren van een vooruitzicht of het maken van een plan is ook heel gezond voor me.  Het verheugen op wat er kan gaan gebeuren, zorgt voor genotsstofjes in mijn systeem. Ik kijk naar elke voorstelling uit als naar een schoolreisje en ben daarna altijd weer bezig met hoe het beter kan

Lees verder in de pdf

Categorieën
Uit het archief

‘Ik hou heel erg van Amsterdam’

Gevlucht uit Syrië, Eritrea, Nepal, China en Irak 

Het Gemeenschappelijke Administratiekantoor (GAK) aan het Bos en Lommerplein bood ooit onderdak aan 3000 ambtenaren. Nu wonen er 600 mensen in gekochte of gehuurde eenkamerwoningen. Ook 26 vluchtelingen met een verblijfsvergunning hebben hier onderdak gevonden. Ze staan aan het begin van een nieuw leven. Hoe bevalt het de jonge mannen?

Het voormalige GAK-gebouw was bij de opening in 1960 een van de grootste en modernste kantoorgebouwen van Nederland en een uitgesproken voorbeeld van nieuwe zakelijkheid. Het kolossale glazen bouwwerk, een ontwerp van stadsbouwmeester. Ben Merkelbach, maakt nog steeds indruk als je ervoor staat. Elf verdiepingen hoog. Honderden ramen. Honderden ogen op de wereld. Voor de jonge mannen op de eerste twee verdiepingen van de Zuidvleugel bieden de vensters uitzicht op hun nieuwe wereld en hun nieuwe toekomst. Ze komen uit Syrië, Eritrea, Nepal, China, Irak.

Lees verder in pdf

Categorieën
Uit het archief

Multiculturele sprookjes?

Drie Amsterdamse liefdesgeschiedenissen

Bijna een kwart van de Amsterdammers huwt een bruid of bruidegom van andere etnische komaf. Gemengd trouwen? Een multicultureel sprookje! Dat klinkt romantisch, maar hoe liefdevol wordt de nieuwe, exotische partner ontvangen binnen de familie en in de stad? Wij gingen op zoek naar drie koppels van verschillende generaties in de Turkse en Marokkaanse gemeenschap, waar niet zo heel veel gemengd getrouwd wordt. En lieten ons meevoeren in hun liefdesgeschiedenissen.

De tragedie van Romeo en Julia over de onmogelijke liefde tussen twee jongelingen uit rivaliserende Italiaanse families is misschien wel het beroemdste voorbeeld van een gemengde relatie en tevens een hartstochtelijk pleidooi voor de romantische liefde. Hoeveel beren er op de weg ook zijn, een liefde zó sterk dat twee mensen daarvoor de groepsgrens overschrijden, is onverwoestbaar: “Tot de dood ons scheidt.”

 

Lees verder in deze pdf

 

Categorieën
Uit het archief

‘Wij zijn de San Salvator’

Salvator

Onder het zingen van protestliederen trokken de parochianen van de San Salvator-parochie dertig oktober vorig jaar uit hun zo geliefde kerk. Het bisdom had het parochiebestuur ontslagen, omdat zij de benoeming van hulpbisschop Rob Mutsaerts als nieuwe pastoor niet accepteerde. Vrijzinnigheid en regelzucht bleken onverenigbaar. Hoe gaat het nu met de opstandige gelovigen die zelfstandig zijn verder gegaan? “We groeien nog steeds.”

Lees de reportage als PDF

Bijna alle stoeltjes zijn bezet in de piramidezaal van dagcentrum Cello aan de Eyenweg in Orthen; het nieuwe onderkomen van de San Salvator gemeenschap. Niet alleen de houten stoelen, ook de rijen met bordeauxrode klapstoelen vullen de ruimte tot aan de deur. Maar de overwegend grijze en bebrilde aanwezigen zitten nog niet. Ze praten met elkaar, slaan elkaar vriendelijk op de schouder en heten elkaar welkom op deze zonnige zondag. Met alle rumoer, waarmee de lichte ruimte gevuld wordt, lijkt het net een overdekt dorpsplein.

Op een kerk lijkt het niet. De kaarsen en gele bloemstukjes ten spijt. Op de plek waar je een kruis verwacht, is nu een groen bordje met nooduitgang te zien. Aan de muren hangen foto’s van de jonge gehandicapte bezoekers van het dagcentrum en achter in de zaal kijk je uit op de kantoorruimtes van het zorgpersoneel. Maar the show must go on. En uiteindelijk gaat het niet om het gebouw, benadrukken de gedreven kartrekkers van de nieuwe San Salvator gemeenschap, maar om de mensen. Het gaat niet om toeters en bellen, maar om de inhoud van het evangelie.

En alles in goed overleg, zo blijkt als voorganger Erick Mickers voor de dienst nog even naar de microfoon loopt. Voor een huishoudelijke mededeling of is het een verzoek? Dat is niet helemaal duidelijk. Hij vraagt zich hardop af hoe je het beste respect kunt tonen voor het woord uit de Bijbel. Staand of zittend? Hij stelt voor om te blijven zitten, omdat we dan de woorden beter tot ons kunnen nemen. “Laat weten of dat goed voelt, te ja of te nee?” Niemand maakt bezwaar en de dienst met als thema: ‘Voelen dat je leeft’ kan beginnen.

De piano klinkt en de gelovigen zingen samen met het koor ‘Vrede voor jou’. Erick Mickers, dit keer in gebedskleed, loopt rustig naar het spreekgestoelte om iedereen welkom te heten. Voor een opstandige gemeenschap verloopt de viering uitermate harmonieus en keurig volgens het kerkelijke wat vrijzinnigere protocol. Er is een eerste en tweede lezing, een persoonlijke overweging, voorbeden, een tafelgebed, afgewisseld met Nederlandse (geloofs)liederen.

Zijn dit nou de heidenen, Jomanda’s en heksen waar hulpbisschop Rob Mutsaerts in zijn groene peper-columns, inmiddels van internet verwijderd, zijn tanden inzette? Zijn gepeperde blogtaal uit 2009 lijkt nu haast profetisch. “Als je niet bij de kerk wilt horen, dan ga je daar toch gewoon weg. Richt je eigen sekte op en schaf zelf een pand aan, maar val parochianen (je zult daar maar wonen) niet lastig met quasi-liturgie en pseudobijbelse prietpraat.” Dit schreef de geestelijke in een column waarin hij zich verzette tegen het homohuwelijk dat in deze parochie gesloten was.

Maar de San Salvator-gelovigen wilden helemaal niet weg bij de moederkerk. Ondanks de doorlopende worsteling met het instituut, zat niemand op een breuk te wachten. Ook nu nog zien veel vooruitstrevende ex-parochianen het verdergaan als zelfstandige gemeenschap, met alle kwetsbaarheid van dien, niet als de hoogst haalbare ambitie, maar meer als een noodzakelijke vluchtroute voor het behoud van eigenheid. Hoe is het dan toch zover gekomen?

In het gedenkboek met de veelzeggende titel Totdat ik vliegen kon op eigen kracht, dat onlangs uitkwam ter ere van het 55-jarige bestaan van de parochie, staat dat kapelaan Jan Schouten (1953-1967) het eerste progressieve zaadje plantte. Hij werd in 1954 tot bouwpastoor benoemd door bisschop Mutsaerts (inderdaad familie van de huidige hulpbisschop). Het waren de jaren van wederopbouw en kerkelijke vernieuwing en dat was precies de weg die Schouten bewandelde. Ten tijde van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) organiseerde hij een eigen San Salvatorconcilie (1964) met als doel gelovigen aan het denken te zetten en meer te betrekken bij de besluitvorming van de kerk. “Het ging hem om de mensen: het individu en de gemeenschap en hoe die te laten ademen en groeien”, aldus het gedenkboek.

Zijn opvolger pastoor Jack Snackers (1967-1989) zette de vooruitstrevende aanpak voort. Hij stimuleerde de talenten van parochianen, gaf ze meer verantwoordelijkheid en richtte een pastoraatsgroep op met betaalde professionals en geschoolde vrijwilligers. Hij voorzag dat het werk in een stedelijke parochie in de toekomst niet meer gedaan zou kunnen worden door louter betaalde krachten. De leegloop uit kerken was begonnen en het regende priesteruittredingen. Zo kwam het dat de parochie steeds meer in handen kwam van mondige parochianen die de pastoor niet meer op een voetstuk zetten, maar meer als een soort morele coach aan hun zijde vonden.

Een vrijzinnige identiteit, geheel in lijn met de alles-moet-anders tijdsgeest, tekende zich af in Orthen. Net als in vergelijkbare vooruitstrevende (basis) gemeentes in Nederland mochten zowel mannen als vrouwen voorgaan, zowel gewijde als niet gewijde voorgangers het brood breken en werden de verlichte liederen van Huub Oosterhuis uit volle borst gezongen. Er werden klankconcerten, Derde Wereld-markten en sacrale dansdagen georganiseerd. De progressieve kerk was in en trok mensen uit de hele regio.

De katholieke kerk omarmde het niet, maar gedoogde de aanpak. Totdat in 1985 met het aftreden van bisschop Jan Bluyssen van ’s-Hertogenbosch en het aantreden van de meer conservatieve Jan ter Schure er voor veel Brabantse gelovigen een kerkelijke “ijstijd” aanbrak. De restauratieve aanpak van de bisschop verhoogde de waakzaamheid in Orthen. De oprichting van de Jan Schoutenstichting in hetzelfde jaar, die onafhankelijk van het parochiebestuur opereerde, was daar een uiting van. Met het zelfgestorte stichtingsgeld konden de parochianen het heft in eigen handen nemen, als het ging om de keuze van pastorale voorgangers en daarmee het vrijgevochten karakter van hun gemeenschap beschermen.

De woorden van oud-pastor Frits Bakker (1989-1993) in het gedenkboek illustreren de Orthense eigengereidheid. Hij heeft een “bloedhekel aan onderdanigheid.” Je moet “kijken wat vanuit de situatie goed is, in plaats van uitgaan van ‘de regels die er staan’. […] Het zijn lakeien die knikken en doen wat gedaan moet worden.”

De eerste publieke aanvaring met het bisdom was in 1993. Frits Bakker ging met pensioen. Bisschop Ter Schure droeg zijn vicaris E. Verhoeven aan als tijdelijk bestuurder in Orthen, maar het parochiebestuur wees de benoeming af, omdat die zonder overleg had plaatsgevonden. Ter Schure vatte de weigering op als een teken van er niet bij willen horen. De parochie plaatste zich volgens de bisschop “buiten de kerk” (Trouw, 6-12-1993). Hij ging zich beraden op vergaande maatregelen om in Orthen orde op zaken te stellen. Maar die maatregelen bleven uit totdat de geschiedenis zich in 2011 herhaalde.

De vacante plek voor pastoor was de aanleiding voor de nieuwe Bossche bisschop Antoon Hurkmans om zich over het koekoeksjong te buigen. Het samenvoegen van parochies in één grote stadsparochie vormde daarbij een belangrijke drijfveer, vermoedt Antoine Jacobs, vice-voorzitter van het nieuwe kerkbestuur van de oude San Salvator-parochie. Bij zo’n fusie wil je toch dat alle neuzen dezelfde kant opstaan, vertelt hij. “Orthen was de parochie die niet meedeed, een enclave waarbinnen de spelregels van de katholieke kerk te veel naar de eigen hand werden gezet.”

Hurkmans benoemde, wederom zonder overleg, hulpbisschop Mutsaerts als waarnemend pastoor, wat geen erg tactische zet was, gezien zijn onverhulde meningen over de moderne parochie op internet. “Hoe kun je een herder toelaten die ons voor heidenen uitmaakt?” vraagt Ard Nieuwenbroek, bestuurslid van de San Salvator gemeenschap zich nog steeds af. “Dat kan niet. Wat je opbouwt in vijftig jaar, laat je niet in een keer los. In een schriftelijke reactie op de benoeming hebben we de hand gereikt naar de bisschop en aangegeven dat we in dialoog wilden over een nieuwe pastoor. Pas dan kun je eventueel water bij de wijn doen. Anders weet je niet of er water en wijn is. Maar dat gesprek bleef uit.” Het bestuurslid betreurt het dat ze nooit erkenning hebben gevoeld voor het goede wat er gebeurde. “Er werd steeds op de verschillen gewezen.”

Rob Mutsaerts betreurt het op zijn beurt dat hij niet de kans heeft gekregen om te onderzoeken of ze er samen iets van konden maken. In het contact met mensen is hij naar eigen zeggen open en hulpvaardig, anders dan in zijn blogs waarin hij zich graag van een meer uitgesproken stijl bedient. “Ik ben bij voorbaat afgeserveerd.” Tegelijkertijd maakt hij wel duidelijk dat de kerk geen poldermodel is. “Het geloofsgoed wordt ons aangereikt. Dat dragen we uit. Het is geen hobby die iedereen op zijn eigen manier kan uitoefenen. De vlag moet wel de lading dekken. Bij de San Salvator zou je bijna vermoeden dat het een protestantse kerk is.” Hij wenst de beweging alle goeds, maar verwacht er niet veel van. “De geschiedenis wijst uit dat vrijzinnigheid uiteindelijk tot niks leidt. De orthodoxe lijn is de enige die altijd doorgaat.”

In dagcentrum Cello wenst iedereen elkaar ‘vrede van Christus’ toe. Niet alleen de naaste buren krijgen een persoonlijke handdruk. Mensen staan op, lopen naar elkaar toe en doen moeite om zoveel mogelijk handen te schudden. “In deze gemeenschap wordt de kerk teruggebracht naar menselijke proporties”, glundert Toos Verdonk, een trouwe parochiaan die niet van marmer houdt en hoge preekstoelen. “Je kunt de wonderbare broodvermenigvuldiging opvatten als een feit en geloven in Goddelijke bliksemschichten. Je kunt ook geloven in het wonder van solidariteit. Het kind dat begon te delen en iedereen zag hoe goed dat was.” Koorlid Karien Liebregts-Waegemakers sluit zich daarbij aan “Het gaat om God in mensen.”

In het begin vond Liebregts-Waegemakers het moeilijk om afscheid te nemen van het kerkgebouw waar ze al haar hele leven kwam en als kind is gedoopt. “Ik vind het nu vooral zielig dat het gebouw ons moet missen. De kerk zit lang niet meer zo vol als vroeger.” In de naburige San Salvator-kerk kerken op dit moment nog maar een stuk of vijftig behoudende katholieken. “Ik denk dat de breuk uiteindelijk goed is geweest. Onze eigenheid werd geremd door het bisdom. Het verzet kostte te veel energie. Het is buigen of breken. Nu is er meer vrijheid om na te denken over hoe we het samen gaan doen.”

Aan betrokkenheid geen gebrek. Na het slotlied stroopt iedereen zijn mouwen op en in mum van tijd zijn alle stoelen opgeruimd zodat de ruimte weer gebruikt kan worden door de bezoekers van het dagcentrum. Dat die betrokkenheid ook een andere kant heeft, kan voorganger Erick Mickers beamen. Hij is een jaar geleden deel uit gaan maken van het pastorale team en maakte meteen het meest turbulente jaar uit de geschiedenis van deze religieuze gemeenschap mee. “Iedereen heeft overal een mening over en die wordt niet onder stoelen of banken gestoken. Het was voor mij wel een zoektocht om uit te vinden wat er van me verwacht werd. Soms was dat daadkracht, soms bescheidenheid.”

We zoeken nu naar onze identeiteit, vertelt Mickers. “Liefde voor elkaar is daarbij het uitgangspunt. Een gemeenschap is geen doel op zich. Daarnaast moeten we onszelf de vraag blijven stellen hoe gastvrij en open wij zijn naar anderen? Ik zie ons als universeel christelijk met een religieus besef dat de oecumene overstijgt. We kunnen ook putten uit de wijsheid van het boeddhisme of de spiritualiteit van de islam of het joodse geloof. Zo kunnen we verschillende geluiden laten horen en hopelijk ook een jongere generatie aanspreken.”

De voorganger ziet de breuk met de katholieke kerk als onvermijdelijk. Ook al heeft de gemeenschap daar zelf nooit op aangestuurd. “De roep om duidelijkheid en strengere regels hoort bij deze tijd. De kerk blijft trouw aan zichzelf. Wij blijven trouw aan onszelf. Je kunt een goede samenwerking niet afdwingen. Ik denk dat de theologische verschillen ook te groot waren. Neem alleen al de eucharistieviering en het priesterschap die in de kerk centraal staan, terwijl bij ons solidariteit met mensen en verbondenheid centraal staan.”

Of die solidariteit sterk genoeg is om het als zelfstandige gemeenschap te gaan redden, blijft spannend. Het bestuur van de vereniging San Salvator in beweging (SSIB) draait overuren om na te denken over een stevige financiële basis voor die toekomst. Met het gedoneerde geld van de Jan Schoutenstichting kon de eerste stap gezet worden. Het personeel wordt doorbetaald en de huur van de zaal betaald. Maar dan. “We proberen al onze leden te mobiliseren op termijn een structurele bijdrage te geven, naar draagkracht uiteraard. Een ander idee dat nu leeft, is het veilen van wereldlijke diensten. Een thuisoptreden van ons koor behoort tot de mogelijkheden”, vertelt bestuurslid Ard Nieuwenbroek die positief gestemd is. “We zijn een dynamische en actieve gemeenschap met zeshonderd leden en we groeien nog steeds. Ik heb de overtuiging dat we het wel gaan redden.”

Door de eeuwen heen hebben Orthenaren bewezen een “een taai volkje” te zijn, zo is te lezen in het gedenkboek. Dijkdoorbraken, branden, belegeringen; ze krabbelden altijd weer overeind, gewend om weer van voren af aan te beginnen.

“Ik zie twee trends. De eerste trend is dat de Nederlandse kerkprovincie steeds nauwer toezicht houdt op de lokale praktijken in parochies. Deze mogen niet al te veel meer uit de pas lopen. Er is minder ruimte voor een eigen meer progressieve Nederlandse weg. De tweede trend is interessanter, namelijk dat mensen steeds meer in staat zijn om vormen van kerk-zijn zelf te organiseren en minder afhankelijk zijn van de hierarchische massaorganisatie. Dat past in onze moderne, vloeibare cultuur. Daar tussendoor bewegen de meer spirituele charismatische groepen die zich wel verbonden voelen met het bisdom, maar niet passen in een parochiestructuur. Of de afsplitsing van de San Salvator gemeenschap een voorbode is voor meer afsplitsingen, weet ik niet. Het kan levensvatbaar zijn, ook al is de basisbeweging geen groot succes. Maar je moet je wel afvragen wat goed overdraagbaar is en niet blijven hangen in oppositie en strijd. Het moet aantrekkelijk zijn voor mensen van daarbuiten. Verbindigen met andere gemeenschappen zijn van wezenlijk belang.”en van vergelijkbare geloofsgemeenschappen

• Taizé vieringen Den Bosch

• Kapelgroep in Gemert

• Basisgroep Jonge Kerk Roermond

• Augustijns Centrum de Boskapel in Nijmegen

• Oecumenische Kerkgemeenschap Dominicus in Amsterdam

• Stichting Open Kerk Helvoirt

• Ekklesia Den Haag

• Oecumenische basisgemeente de Duif in Amsterdam

• Basisgroep Leeuwarden

• De werkplaats Zwolle

• Oecumenische Basisgemeente Apeldoorn

• Oecumenische basisgroep Maastricht

• Zaanstad Ekklesia

• Eikske Schaesberg

• Basisbeweging Sallant

• Kritische gemeente IJmond

• Basisgemeenschap Exodus Eden

 

Categorieën
Uit het archief

‘Acda en De Munnik deed me méér dan een psalm’

Het nieuwbollige geloven

Elke zondag is de grote bioscoopzaal van het Amsterdamse Kriterion gevuld met jonge hippe stedelingen en hun kinderen. Ze komen voor Stroom, een moderne variant op de christelijke kerk. Ze bidden en zingen samen en praten over het geloof tijdens de wekelijkse tafelkringen. Laatste nieuwtjes worden uitgewisseld op Facebook. Wat heeft deze jong kerk wat oude kerken niet hebben?

» Bekijk dit artikel als PDF

De kaarsen branden en de zwangere gastvrouw verdeelt de pompoensoep over zeven borden. Terwijl de wijn rond gaat, wordt er geanimeerd gepraat over sauna, vaderschapsverlof, co-schappen en Groupon-kortingsbonnen. Het is gezellig en iedereen toont oprechte interesse in elkaar. Er valt niets van religieusiteit te bespeuren. Geen kruis aan de muur of Bijbel op tafel naast de pan met soep. Totdat gastvrouw Jiska van de Velde-Kniep (31, hbo-docent) voorstelt om samen te bidden voor het eten. De gesprekken vallen als vanzelf stil. Iedereen vrouwt zijn handen. Sommigen sluiten hun ogen. Alleen de spinnende huispoes is nog te horen die kopjes geeft aan de grote houten eettafel.

Dit gezelschap bestaat niet uit vrienden of familie, maar uit geloofsgenoten die sinds kort met elkaar deze wekelijkse tafelkring vormen. Ze zijn bijna allemaal van gereformeerden, evangelischen of katholieke huizen, student of starter en vormen een aardige doorsnee van de groep jonge, zelfbewuste en hoogopgeleide Amsterdammers die deel uitmaken van Stroom. Een beweging die zich tot hoger doel heeft gesteld om de vrijheid van Jezus op een vernieuwende manier in de praktijk te brengen. Naast de huiskamerontmoetingen, komen elke zondag om 11 uur (of een kwartiertje later) zo’n 100 gelovigen en enigszins gelovigen in de grote bioscoopzaal van filmhuis Kriterion bij elkaar om op een meer “nuchtere en eigentijdse manier” over God te praten en samen te zoeken naar religieuze inspiratie.

Esther van Diermen (28, docent Spaans en decaan) vond die inspiratie ruim twee jaar geleden. “In elke wijk waar ik woonde in Amsterdam bezocht ik wel een kerk. Ik ben christelijk opgevoed en heb het contact nooit helemaal verloren. Bij de vrijgemaakt-gereformeerde Oosterparkkerk, een wat oudere gemeente, kreeg ik niet echt een yes-gevoel. Die dominee tipte mij dochterclub Stroom.Toen ben ik gewoon maar een keer gaan kijken op zondag. Het is een donkere bioscoopzaal, dus je kan makkelijk anoniem aanschuiven. Ik vond het zo gaaf en zo leuk. Ik kwam er steeds enthousiaster vandaan. Dit had ik nog niet eerder gezien. Soms zongen we Acda en de Munnik en dat deed méér met me dan een psalm.”

Puurder

Op de vraag wat Stroom zo anders maakt, antwoorden de tafelgenoten eensgezind dat het een beetje terug naar de basis is. Van Diermen: “Stroom is wat puurder, uitgekleder en los van alle ceremoniële regeltjes. Juist die regeltjes doen veel mensen afkeren van de traditionele kerk”. Maar het is ook geen hippiekerk, benadrukt ze. “Dat sfeertje lijkt wel zo, maar zaken worden echt serieus benaderd.”

De gastvrouw houdt ook niet van te veel poespas. Veel rituelen zijn van zichzelf al mooi genoeg vindt ze. “Elke vierde zondag van de maand gaan we met elkaar aan tafel om het avondmaal te vieren. Het is een soort heksenketel met rondrennende kinderen, grote Turkse broden en allemaal hartige taarten. Iedereen neemt wat mee. Soms moet er wel om stilte geroepen worden. ” Haar man Benno van de Velde (36, geluidstechnicus) vult haar aan: “Je kunt er iets heel groots en heiligs van maken zoals in de traditionele kerk. Maar je kunt het ook doen zoals Jezus het deed.Terug naar de eigenlijke bedoeling. Met vrienden of kerkgenoten aan tafel zitten, samen eten, het brood breken en een moment van stilte om te gedenken.”

Deel willen uitmaken van een groter geheel, zoeken naar houvast en een zekere hang naar tradities zijn de belangrijkste beweegredenen van de kringgenoten om zich aan Stroom te verbinden. Van de Velde-Kniep: “Ik weet niet of ik nou echt een persoonlijke relatie met God heb, maar ik vind het wel prettig om te weten dat ik hier bedoeld ben. Dat het geen stom toeval is.” Voor haar man is het geloof onlosmakelijk verbonden met zijn christelijke opvoeding. “Ik heb nooit aan het bestaan van God getwijfeld en ben het geloof nooit kwijtgeraakt. Dat had best gekund. Héél veel moeite heb ik er vroeger niet voor gedaan.” De jongste tafelgenoot Ilse Leistra (23, student geneeskunde) vertelt dat ze het moeilijk vindt om in haar eentje te geloven. “Ik heb mensen nodig met wie ik verhalen kan uitwisselen. Ik wil weten hoe zij het geloof ervaren. Ik wil iets delen.”

Vernieuwingsdrang

Martijn Horsman (35), niet dominee Horsman, maar gewoon Martijn, is sinds vier jaar de voorganger en voorman bij Stroom. Hij studeerde theologie met als specialisatie kerkgeschiedenis aan de Theologische Universiteit Kampen. De vrijgemaakt-gereformeerde kerk (behoorlijk orthodox protestants) gaf hem de opdracht de missionaire Amsterdamse bioscoopkerk op een hoger plan te brengen. Het idee voor deze proeftuin ontstond tien jaar geleden. De Oosterparkkerk vond nauwelijks nog aansluiting met niet-christelijke Amsterdammers en wilde een nieuw publiek aanboren. Er mocht volop geëxperimenteerd worden. “Ik trof een talentvolle en gedreven club aan. Een man of dertig. Maar ze hadden geen idee welke richting ze samen uit wilden”, herinnert Horsman zich nog. “Ze joegen zichzelf op met een enorme vernieuwingsdrang, soms uit frustratie over de oude kerk. Elke zondag moest het ultieme gebeuren. Het liefst zo multimediaal mogelijk. Ik vond dat vermoeiend en dacht: waarom doen we niet elke week hetzelfde? Liedje, preek, liedje. Nou en? Als je het maar goed en met overtuiging doet.”

Volgens Horsman is Stroom onmiskenbaar een christelijke gemeenschap. “Als we twijfelen, twijfelen we aan Jezus. Niet aan Boeddha.” Hij legt uit dat de gereformeerde traditie de bron vormt en de uitvoering oecumenisch is, zij het op een bescheiden manier. “Als wij de maaltijd vieren, het brood breken en de wijn drinken doen we dat ter nagedachtenis van Jezus. We maken daar een bijzonder moment van. Maar niet heilig. We voeren het brood dat over is gewoon aan de eendjes en dat is weer heel protestants.”

Inhoudelijk wil hij terug naar de basis van het evangelie en de oude verhalen vertalen naar deze tijd. “Don’t plant a church, plant the gospel, leerde ik ooit. Stroom moet een plek zijn voor barmhartigheid en liefde en niet alleen de liefde voor jezelf. Dit is het gevaar van veel moderne spiritualiteit. Stress kwijtraken; één woorden met de werkelijkheid; kracht vinden in jezelf; dat vind ik eerlijk gezegd een legitimatie voor stom egoïsme. Het gaat niet om het opheffen van onze eigen eenzaamheid, maar de eenzaamheid van anderen. De boodschap van het evangelie is dat God zich over ons ontfermt. Ik wil een gemeenschap opbouwen waarbinnen mensen goed voor elkaar zorgen, leren wat liefde is. Daar hebben wij ook nog genoeg in te leren.”

Nieuwbolligheid, een van de kernwaarden van Stroom, is volgens de gedreven voorganger een knipoog naar de bloemetjesgordijnen uit het opa- en omatijdperk. Stroom wil niet benauwend zijn zoals de oude kerk met haar vaste protocol. “Wij willen het tegenovergestelde doen. Bijvoorbeeld Nietzsche citeren tijdens een kerkdienst, mensen van hun stuk brengen. Het geloof en jezelf durven te bevragen. Het mag niet te gezellig en comfortabel worden. Laatst kreeg ik een mailtje van iemand die vroeg of het niet wat vrolijker kon. Nee. Je kunt geen bordje omhangen met Christen erop. Nergens belooft Jezus ons een makkelijk leven. Geloven is durven te vertrouwen, durven los te laten en accepteren dat het leven niet volmaakt is.”

Buitenstaander

Ilse Leistra moet wel even nadenken over de vraag wat het geloof haar heeft gebracht. “Ik ben geloof ik minder egoïstisch geworden, pieker niet meer zoveel en heb meer vertrouwen. Ik heb toch niet alles zelf in de hand en gelukkig is er een God of engel die een beetje op me let. Voor mij is het geloof onlosmakelijk met naastenliefde verbonden. Jezus gaf om iedereen. Niet alleen om zijn eigen club. Niet dat ik me nu geroepen voel om daklozen te gaan helpen, maar ik vind het wel belangrijk om er echt voor een ander te zijn. Niet even een WhatsAppje en elkaar drie maanden niet zien.”

Leistra is de enige tafelgenoot die geen christelijke wortels heeft. Vier jaar geleden werd ze verliefd op Wilco een gereformeerde domineeszoon uit Amersfoort en werd nieuwsgierig naar zijn geloof. “Wilco heeft mij nooit gepusht. Ik wilde weten wat hem bewoog en zo ben ik me er steeds meer in gaan verdiepen. Maar het geloof blijft abstract voor mij. Sommige mensen hebben het echt ervaren. Nou ik niet. Ik geloof wel dat Jezus heeft bestaan en wonderen heeft verricht. Ik geloof ook wel in God, maar misschien ook wel omdat ik dat wil.”

In het begin bezochten ze samen zijn kerk in Amersfoort. “Daar bleef ik vooral het vriendinnetje van de zoon van de dominee. Die gemeenschap kwam op mij erg besloten en stijf over. Ik voelde me niet welkom. Stroom was het tegenovergestelde. Wel een beetje hippie-achtig, maar ik heb me nooit een vreemde gevoeld. Ik mag hier kritische vragen stellen en er wordt naar me geluisterd.”

Ze kijkt naar Wilco aan de andere kant van de tafel en zegt. “Weet je nog laatst wat we tegen elkaar zeiden toen we in Amersfoort de kerk uitliepen? Waarom zijn we hier na vijf minuten alles kwijt en blijven de verhalen van Stroom in je hoofd zitten?” Wilco Sliggers (24, bouwkundig ingenieur): “Dat hangt natuurlijk ook van de preek en de dominee af.” Leistra: “Ik vind Martijn een fijne spreker. Het zijn de verhalen van Jezus in een modern jasje. Je zult niet de geit van de ander stelen. Wie heeft er nog een geit? Ik wil horen hoe ik nú in het leven moet staan.”

Als het gaat om het integreren van haar geloof in het dagelijkse leven schippert ze tussen vrijblijvendheid en verplichting. “Ik bid wel af en toe. Ook al twijfel ik in elk gebed. En soms lees ik de bijbel, maar ik vergeet het ook heel vaak. Ik hou eerlijk gezegd niet van verplichtingen en tradities. Misschien ben ik nog iets te bang om echt christen te worden.”

Post-christendom

Ilse Leistra, met haar niet-religieuze achtergrond, vormt wel een uitzondering geeft Martijn Horsman toe. De grootste aantrekkingskracht heeft Stroom op mensen met religieuze wortels die ontkerkelijkt zijn. “Die vinden Stroom uitdagend, fris en bevrijdend en zien het als een alternatief voor de traditionele kerk waar ze zich vanaf hebben gekeerd. Mensen die nooit kerkelijk zijn geweest zijn lastiger te bereiken. Die mensen die vertrouwen je vaak voor geen meter. Ze zijn gevoed met het post-christendom en denken dat je erop uit bent om ze te beknellen. Maar er moet niks.” Die keuzevrijheid heeft ook een keerzijde, geeft hij toe. “Mensen kunnen in vrijheid voor het geloof kiezen, maar vanuit diezelfde vrijheid ook besluiten dat ze er geen zin meer in hebben.”

Het is een misverstand benadrukt de kerkplanter dat hij héél Amsterdam wil kerstenen. “Het doel is niet om koste wat kost zieltjes te winnen, maar om mensen die geïnteresseerd zijn te betrekken bij deze christelijke gemeenschap.” Terugkijkend op de afgelopen tien jaar lijkt dat aardig gelukt. De proefkerk is uitgegroeid van vier naar ruim honderd actieve betrokkenen, kan financieel bijna haar eigen broek ophouden en is dit jaar zelfstandig geworden.

Het gewaagde doel dat Stroom op haar website beschrijft – namelijk in 2015 uit drie hechte gemeenschappen bestaan – lijkt alles behalve uitzichtsloos. Naast de bioscoopkerk in Oost is er de open space in Amsterdam West; een creatieve werkplaats waar kunst en alle vormen van zingeving samenkomen. In Zuidoost organiseert de lokale tafelkring sinds kort eigen zondagse samenkomsten.

Maar of Stroom volwaardig lid kan worden van de vrijgemaakt-gereformeerde kerk is de vraag. Daarvoor lijkt de appel iets te ver van de boom te zijn gevallen en de opvattingen tussen de nieuwe en oude kerk toch te zeer van elkaar te verschillen. Het feit dat in het net gekozen vijfkoppige Stroombestuur drie vrouwen zetelen, brengt sommige bijbelvaste zusterkerken al danig in verwarring. Horsman: “We zijn nu in staat om voor onszelf te zorgen, maar ik vind het belangrijk om de verbinding te blijven zoeken met de traditie. Dat is de bron. Daar kom je vandaan. Maar we staan wel voor onze eigen aanpak. Het gaat ons niet om mannen en vrouwen, maar om mensen, om gelijkwaardigheid. We hoeven niet allemaal hetzelfde te vinden. Dát maakt een gemeenschap.”

Nieuwe kerken voor niet-christenen

Stroom staat niet op zichzelf. Afgelopen twintig jaar zijn er in Nederland tussen de 300 en 500 nieuwe Christelijke gemeenschappen gesticht, waarvan een kwart van start ging in de vier grote steden, zo blijkt uit het afstudeeronderzoek Nieuwe kerken in een nieuwe context van Martijn Vellekoop uit 2008. 60% van alle gemeentestichtingen heeft plaatsgevonden vanuit evangelische- en pinksterkerken. De belangrijkste motivatie voor kerkplanting is het bereiken van niet-christenen.Vernieuwing van bestaande kerken wordt door 67% van zijn respondenten onbelangrijk gevonden als motivatie voor gemeentestichting.

Ondernemerschap zonder somberheid

Stefan Paas, bijzonder hoogelaraar kerkplanting en kerkvernieuwing in een seculiere context aan de Vrije Universiteit Amsterdam en universitair docent missiologie aan de Theologische Universiteit Kampen.

“Wat ontzettend nodig is, is ondernemerschap en dat is kenmerkend voor Stroom. Niet gebukt gaan onder somberheid, maar from scratch opnieuw durven te beginnen. Zo’n stedelijke gemeenschap kan groeien en krimpen. De stad is vluchtig en mensen trekken weer verder. Maar draai het eens om: het is toch bijzonder dat in Amsterdam, de meest seculiere stad van Nederland, jonge mensen zonder de druk van hun ouders een kerk bezoeken. Misschien bereik je uiteindelijk maar een minderheid, maar als die maar vitaal en krachtig is. De vernieuwing zit vooral in de cultuur die je vormt. Low in control and high in accountability. Het gaat om een cultuur waarin mensen bereid zijn aan elkaar inzage te geven in hun leven en verantwoording af te leggen over wat ze doen, zonder dat ze daartoe ‘van bovenaf’ worden aangestuurd. Door nieuwe kerken te planten, organiseren de oude kerken hun eigen oppositie, zoals dat bij Stroom ook gebeurd is. Dat kan spanningen opleveren, maar je kunt elkaar ook bevragen en ervan leren. Van elkaar af kan altijd nog.”

Categorieën
Uit het archief

“Laat de energie stromen”

‘Een explosie van liefde’ op zeventiende Eigentijds Festival in Vierhouten

Download dit artikel als PDF

Midden tussen de heidevelden en bossen van de Veluwe vond dit jaar voor de zeventiende keer het Eigentijds Festival plaats. Drie dagen lang kon de festivalganger vijfhonderd workshops volgen om geestelijke en lichamelijke grenzen te verkennen en misschien wel te verleggen. VolZin ging mee op ontdekkingsreis naar de wereld van chakra’s en klankschalen.

In tent 35 liggen klankschalen en trommels op de grond. “Adryen neemt je mee op een reis naar binnen, een afdaling naar de diepste spelonken van de ziel onder begeleiding van klanken”, belooft het programmaboek bij de workshop Engelenklank. “Je kunt je matje uitrollen als je wilt liggen”, zegt assistent Hilde tegen de binnenstromende deelnemers die de witte tent tot aan de rand opvullen. Ze vermoedt dat het er zelfs meer zijn dan de mensen die zich gisterochtend speciaal voor deze workshop hebben ingeschreven. Iedereen sluit zijn ogen en luistert naar Adryen. “Voel  je hart, voel ook je spirituele hart dat het mogelijk maakt liefde te voelen voor jezelf en een ander. Alles is goed zoals het nu is.”

Ze zingt in een onverstaanbare taal, speelt fluit en loopt door de tent. “Laat de energie van de aarde door je lichaam stromen.” Hilde en haar collega Anneke ondersteunen de energie, zo werd bij de introductie aangekondigd, door met hun handen langzaam over de lichamen van sommige deelnemers heen en weer te bewegen. Een wat oudere vrouw op een stoel opent haar mond tijdens deze healing, snikt even en zakt weer weg in een diepe rust. Een rust die wonderlijk genoeg niet verstoord wordt door het bulderende gelach uit tent 38 waar nu een lachmeditatie plaatsvindt. “Ik vond het wel prachtig”, zegt een van de deelnemers als het klankenconcert na een uur afgesloten wordt met de gezamenlijke ohm-klank. Ze knippert om weer aan het zonlicht te wennen. “Het voelt volkomen authentiek.”

Rita Heesen (50) uit Emst heeft vooral heerlijk gelegen. “Het zal vast zijn werk doen, maar ik heb geen muzikale reis gemaakt, zoals in het programmaboekje Een healing tijdens workshop Engelenzang. zo mooi beschreven staat. Ik heb weleens een klankconcert meegemaakt in een kerk dat ik echt betoverend vond. We lagen op matjes bij het altaar en keken recht omhoog in de ronde vormen van de koepel. Die klanken waren zo mooi dat ik de nabijheid van engelen heb gevoeld. Ik voelde me één met alles. Dat had ik hier minder. Ik vond wel dat ze zong als een engel.”

Liefdesenergie

De workshop Engelenklank is een van de vijfhonderd workshops die tijdens het driedaagse Eigentijds Festival gegeven wordt. Bladerend door de 94 pagina’s programmagids duizelt het even. Niet alleen omdat het aanbod zo uitgebreid is, maar ook omdat het soms even duurt voordat je begrijpt wat er tijdens zo’n workshop gebeurt. Zo kunnen festivalgangers over vuur lopen om hun angsten te overwinnen, zich bewust worden van hun lichaamstaal in contact met paarden, energetisch helend schilderen om werkelijk te zien wie ze zijn, contact maken met het kind in zichzelf tijdens lachmeditatie. Allemaal geestelijke voeding die het bewustzijn stimuleert en kan aanzetten tot verandering, aldus de organisatie. Naast workshops zijn er kruidenwandelingen, danssessies, sjamanistische zweethutceremonies en een apart healingveld waar je kennis kunt maken met massages en therapieën. Maar kennismaking is niet het enige doel. De ontmoeting met gelijkgestemden is minstens zo belangrijk. “Een explosie van liefdesenergie”, noemt een enthousiaste deelnemer de onderlinge verbondenheid op de festivalwebsite.

De hippiesfeer die deze uitspraak oproept, wordt onmiddellijk bevestigd bij binnenkomst op het terrein van camping de Paasheuvel, de vaste thuisbasis van het festival. Lopend over de alternatieve markt springen dames met bontgekleurde rokken en pijplurkende mannen meteen in het oog. Later valt pas op dat je niet echt kunt spreken van een typische festivalbezoeker. Of zoals Rita Heesen het verwoordt: “Hier komen niet alleen maar geitenwollen sokkentypes. Ga maar eens op de camping kijken, daar zie je ook hele gewone gezinnetjes.” De populariteit van het Eigentijds Festival vindt ze niet moeilijk te verklaren. “De kerken lopen leeg en deze velden stromen vol. Als je in God gelooft, geloof je in iemand die onvoorwaardelijk van je houdt. Als je niet in God gelooft, zoek je die liefde en aandacht elders. Voor mij voelt deze spirituele wereld een stuk vrijer.”

Ontmoeting

Oprichter en festivalcoördinator Henkjan de Blaauw kan zich hier volmondig bij aansluiten. Het eerste festival dat hij organiseerde was in 1992; honderdvijftig deelnemers, drie workshops, één veld. “Ik was een van de eerste reiki-leraren in Nederland en merkte dat mensen behoefte hadden om ideëen uit te wisselen. De samenleving was bezig oude sociale structuren zoals de kerk, het dorp en de familie los te laten, maar het nieuwe was nog niet helemaal in zicht. Zo ontstond het idee van een ontmoetings- en kennismakingsplek waar mensen in een vertrouwde, veilige sfeer zich voor elkaar konden open stellen.”

Deze nieuwe beweging is de afgelopen zeventien jaar enorm verbreed en gegroeid. Inmiddels trekt het festival tweeduizend betalende bezoekers, duizend vrijwilligers en is het de laatste acht jaar telkens uitverkocht, aldus De Blaauw. “Buiten het festival is er wel sprake van een kleine terugloop op spiritueel gebied. Aan je eigen ontwikkeling werken is toch een vorm van luxe in tijden van crisis. Wij merken er gelukkig niets van, maar willen ook niet verder groeien. Zowel het terrein als het onderwerp lenen zich niet voor massaliteit.”

Diepere betekenis

Vragend naar de betekenis van spiritualiteit tijdens deze drie dagen verwijst de oprichter naar een beschrijving in de festivalkrant waarin staat dat het gaat om een “fundamentele levensoriëntatie van waaruit zin wordt gegeven aan zowel individuele als collectieve ervaringen. Spiritualiteit helpt mensen een diepere betekenis van de werkelijkheid te onderkennen en de verplichting die daar vanuit gaat serieus te nemen.”

Wat het voor de oprichter persoonlijk betekent zegt hij niet. “Ik ga dat niet voor anderen invullen. De diversiteit is juist zo kenmerkend. Het gaat er om dat we af zijn van de kerkelijke instructies. We hebben geen nieuwe priesters nodig. De essentie is die van een beweging en kenmerkend voor een beweging is dat die niet statisch is.”

Onthaasting

Voor tent 26, waar Biodanza, de dans van het leven, wordt uitgeoefend, staat een hele rij met slippers en gymschoenen op het gras. Ouders springen binnen in het rond met juichende kinderen op hun rug. De workshopleider legt uit dat iedereen zich in het dierenbos bevindt, waarop de deelnemers spontaan beginnen te kruipen, grommen of spinnen en zo veranderen – de een wat overtuigender dan de ander – in een dier naar keuze. De volgende opdracht is om allemaal in een schildpad te veranderen. “Wie kan het langzaamst, terwijl je toch blijft bewegen?”, vraagt de leidster. De uitgelaten stemming slaat om in rust. Deze vorm van onthaasting typeert eigenlijk de sfeer van het hele festival zaterdag.

De meeste deelnemers zijn al op donderdagmiddag aangekomen op het festivalterrein. Het is niet mogelijk om als dagjesmens dit evenement bij te wonen. De grote stressmomenten zoals het opzetten van de tent en de inschrijving voor de workshops vrijdagochtend zijn achter de rug, wat volgt is ontspanning en rust. Mensen hangen gewillig in een massagestoel, zitten in een kring op het gras rond een vuurtje, geven elkaar een groepshug of springen naakt in de speelplas na een zweethutceremonie. Niemand lijkt er van op te kijken. “Veel mensen zijn in hun dagelijkse leven te doelgericht”, meent Willem, die stoelmassages geeft voor tent 8, waar de school voor levenskunst is ondergebracht. “Maar je krijgt niet alles door het te pakken, maar juist door los te laten.”

Koude handen

Dat loslaten is Maureen van Duijn (33) uit Noordwijk aan Zee wel gelukt. Ze zit op een bank in de onthaastingsyurt, een Mongoolse ronde tent die van binnen bedekt is met tapijten en schapenvacht. Iedereen die zich even wil onttrekken aan de openbaarheid van het festival kan daar terecht. “Het is wonderlijk hoe dingen kunnen lopen op zo’n terrein. Vrijdagochtend rende ik net als iedereen nog rond met een lijstje in mijn hand en nu laat ik het allemaal maar een beetje over me heenkomen.” De jonge manager volgde vanochtend de meer dan drie uur durende workshop Date with Destiny die haar niet onberoerd liet. “Een van de opdrachten was een partner te zoeken met een blinddoek om. Maar ik bleef als enige alleen over. De persoon die ik op de tast ontdekte, vond mijn handen te koud. Ik verliet de tent en voelde me enorm afgewezen. De lachtherapeute die buiten rondliep, troostte me en drukte me op het hart dat het juist goed was om mijn emoties te uiten. Dit soort verdriet maakt je tot iets.”

Het is voor Maureen de eerste keer dat ze dit Eigentijds Festival bezoekt. Haar schoonzusje vroeg haar om mee te gaan. Na een jaar door India gereisd te hebben, is ze zich meer gaan openstellen voor verschillende levensbeschouwingen. “Het mooie op dit festival vind ik dat alles kan en mag. Het voelt heel universeel en intens. Van huis uit ben ik Nederlands Hervormd en dat is veel meer gebonden aan allemaal regels. Ik merkte dat ik daardoor ook bevooroordeeld was. Als ik dan de sjamanen op hun trommels hoorde spelen, vond ik dat toch een beetje heidens. Bij de trancedans gisteren, zag ik dat mensen er blij van werden, maar ik kon me daar niet aan overgeven.” Twee dagen later aan de telefoon is ze nog steeds onder de indruk van het lange spirituele weekend. “Ik had dit voor geen geld willen missen.” Het meest wonderlijke dat ze meemaakte gebeurde zondagmiddag tijdens een workshop Chakra’s openen. “Ik lag heel rustig op een matje en luisterde naar de reikimuziek die gedraaid werd. Ik had mijn haarspeld op mijn buik gelegd, omdat dat lekkerder lag. Ongeveer na een uur voelde ik dat er iets op me viel. Het bleek mijn haarspeld te zijn die door alle energie, die kennelijk op dat moment vrijkwam, uit elkaar was gesprongen.

Ik wist niet dat ik zoveel kracht in me had en was stomverbaasd. Mensen stelden me gerust, zeiden dat ik moest genieten van de ervaring. Laat het maar lekker nasudderen, zeiden ze.” Maureen voelt nog steeds de tintelingen in haar buik. “Wat ik hier allemaal heb meegemaakt kan en wil ik niet benoemen of in een hokje stoppen. Ik zie het niet als een nieuw geloof, maar als een persoonlijke ontdekkingsreis. Ik heb me echt opengesteld, ben dichterbij mijn gevoel gekomen en dat maakt me uiteindelijk sterker.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Categorieën
Uit het archief

Scusi, attenzione! Ga aan de kant!

Lees “Bologna” als PDF

Fietsen door Bologna kan, maar heb lak aan de Italiaanse arrogantie in het verkeer…

Bologna. De bussen, scooters en vooral auto’s zijn de baas op de weg. Als een auto onverwacht voor je keert, zonder richting aan te geven, en jij als fietser daardoor onverwacht op zijn bumper zit, dan heb jij het gedaan. Dit is Italië!

Verwacht hier geen gemarkeerde fietspaden of strakke witte lijnen langs de weg. Het centrum van Bologna telt er volgens de kenners precies twee, waarvan één na vijf meter al ophoudt. Kortom: je moet stalen zenuwen en lak aan de plaatselijke arrogantie hebben om je hier als fietser te kunnen verplaatsen.

Gelukkig rijd ik naast gids Kate Koziel. Zij werkt voor het bureau Prima Classe dat fiets- en wandeltochten organiseert in Bologna. Ze kent het stratenplan uit haar hoofd, weet alles van eenrichtingsverkeer en heeft studie gemaakt van de relatief rustige wegen in de stad. Helaas beginnen die niet vlakbij Prima Classe. We fietsen door Via del Pratello, een beroemde uitgaansstraat waar vroeger getippeld werd en nu rond borreltijd alle bars hun parasollen openslaan. Voorovergebogen op een mountainbike hobbelen we over honderden keitjes, een niet-ongebruikelijk wegdek in dit historische centrum.

In de Middeleeuwen beleefde de Noord-Italiaanse stad zijn gouden eeuw. Bologna opende als eerste stad in Europa, in 1088, een universiteit. En niet alleen voor de adel. Het was een openbare universiteit. In 1300 stroomden duizenden studenten naar deze geleerde stad, waardoor Bologna
groeide, overbevolkt raakte en Rome naar de kroon stak. Nu houden de honderdduizend studenten die Bologna telt – op een totale stadsbevolking
van ongeveer vierhonderdduizend – zich op ten noordoosten van het centrum.

Piazza Verdi is dé hangplek van de nog steeds alternatief ogende studentenbevolking. In de jaren zeventig beheersten opstandige linkse studentengroepen het politieke leven in Bologna. Nu zien we studenten met rastahaar een sigaretje roken in de zon. Ze luisteren naar de operaklanken uit het aangrenzende Teatro Comunale, dat zijn ramen op een kier heeft staan. Er is weinig opstandigheid te bespeuren. Ze zijn in elk geval wel de grootste fietsgebruikers van de stad. Overal staan oude rammelbakken met mandjes tegen muren.

De volgende stop is Piazza Maggiore, hét plein van Bologna, waarop veel architectonische pronkstukken van de Middeleeuwse stad te vinden zijn. Ook hier groepen scholieren, toeristen en, later die middag, demonstranten die met spandoeken en luid geschreeuw opkomen voor het recht op abortus. Wij bekijken vanaf de fiets de paleizen, het metershoge beeld van Neptunus dat in preutsere tijden door de kerk een bronzen broek aangemeten kreeg (in meer ruimdenkende tijden weer verwijderd) en de beroemde Basiliek van San Petronio.

Deze kerk liet de stad aan het eind van de veertiende eeuw bouwen om de overwinning van Bologna op Florence en de toenmalige paus te vieren, weet mijn gids. Er werd twee eeuwen aan gewerkt, maar toen kwam een latere paus tussenbeide, omdat hij bang was dat de basiliek groter zou worden dan de Sint Pieter in Rome. Toch blijft dit de belangrijkste kerk voor de Bolognezen. Over de naburige kathedraal, de hoofdzetel van het bisdom, heeft niemand het. We zien hekken en controleurs voor de basiliek. Ze zijn bang voor rugzakken met explosieven, zegt Kate.In een van de kapellen hangt sinds 1410 een fresco van Giovanni da Modena waarop de gruwelijkheden van de hel worden afgebeeld. Als je 20 eurocent in het kastje voor de kapel werpt, gaat er een lichtje branden en zie je demonen die van naakte mensen peuzelen. Maar wat het doek extra spannend maakt, is dat een van de afgebeelde verschoppelingen Mohammed is.

Later puffen we even uit bij de oudste en inmiddels scheefgezakte Due Torri, gebouwd in de elfde en twaalfde eeuw door twee rivaliserende families. In de Middeleeuwen staken bijna tweehonderd torens boven de Bolognese daken uit. Het waren de burchten van de adellijke families. Hoe hoger de toren, des te machtiger de familie. Nu telt de skyline er nog maar een stuk of twintig, moderne flats meegerekend. Kate laat zien dat de ingang, waar je nu kaartjes koopt om de de hoogste van de twee, La Torre degli Asinelli (97m), te beklimmen niet de echte ingang is. Die zat hoger, zodat de familie in tijden van strijd met een touwladder naar binnen kon klimmen en, eenmaal boven, kokende olie over de vijand kon uitgieten.

De ronde van Bologna zit er bijna op en ik kan vaststellen dat mijn handen het stuur minder krampachtig vasthouden dan twee uur geleden. We fietsen door het chiquere deel van de stad, vlakbij de San Domenicokerk, de rechtbank en de beste koffietent van Bologna: Zanarini. Mannen in donkerblauwe maatpakken met aktenkoffers passeren ons in zelfverzekerde tred en gunnen ons fietsers geen blik waardig. Fietsen is hier nog altijd niet populair. Ik moet niet vergeten, zegt Kate, dat een modebewuste Italiaan voor elke gelegenheid bijpassende kleding heeft. We zien een man voorbij scheuren op een racefiets, met fietshelm, gekleed in een glanzend blauw pakje waar gebruinde kuiten onderuit steken. Ik begrijp wat ze bedoelt. Je stapt hier niet zomaar op een fiets.

Voor het langste fietspad, ongeveer acht kilometer, moet je buiten de stadmuren van Bologna zijn. Daar loopt een pad langs het Reno kanaal. Bij de tourist office aan de Piazza Maggiore kun je een fietskaart krijgen van Bologna en omgeving en informatie over fietsverhuur (circa 10 euro per dag). De fietstochten van Prima Classe: www.bolognaguide.it.