‘Wij zijn de San Salvator’

Salvator

Onder het zingen van protestliederen trokken de parochianen van de San Salvator-parochie dertig oktober vorig jaar uit hun zo geliefde kerk. Het bisdom had het parochiebestuur ontslagen, omdat zij de benoeming van hulpbisschop Rob Mutsaerts als nieuwe pastoor niet accepteerde. Vrijzinnigheid en regelzucht bleken onverenigbaar. Hoe gaat het nu met de opstandige gelovigen die zelfstandig zijn verder gegaan? “We groeien nog steeds.”

Lees de reportage als PDF

Bijna alle stoeltjes zijn bezet in de piramidezaal van dagcentrum Cello aan de Eyenweg in Orthen; het nieuwe onderkomen van de San Salvator gemeenschap. Niet alleen de houten stoelen, ook de rijen met bordeauxrode klapstoelen vullen de ruimte tot aan de deur. Maar de overwegend grijze en bebrilde aanwezigen zitten nog niet. Ze praten met elkaar, slaan elkaar vriendelijk op de schouder en heten elkaar welkom op deze zonnige zondag. Met alle rumoer, waarmee de lichte ruimte gevuld wordt, lijkt het net een overdekt dorpsplein.

Op een kerk lijkt het niet. De kaarsen en gele bloemstukjes ten spijt. Op de plek waar je een kruis verwacht, is nu een groen bordje met nooduitgang te zien. Aan de muren hangen foto’s van de jonge gehandicapte bezoekers van het dagcentrum en achter in de zaal kijk je uit op de kantoorruimtes van het zorgpersoneel. Maar the show must go on. En uiteindelijk gaat het niet om het gebouw, benadrukken de gedreven kartrekkers van de nieuwe San Salvator gemeenschap, maar om de mensen. Het gaat niet om toeters en bellen, maar om de inhoud van het evangelie.

En alles in goed overleg, zo blijkt als voorganger Erick Mickers voor de dienst nog even naar de microfoon loopt. Voor een huishoudelijke mededeling of is het een verzoek? Dat is niet helemaal duidelijk. Hij vraagt zich hardop af hoe je het beste respect kunt tonen voor het woord uit de Bijbel. Staand of zittend? Hij stelt voor om te blijven zitten, omdat we dan de woorden beter tot ons kunnen nemen. “Laat weten of dat goed voelt, te ja of te nee?” Niemand maakt bezwaar en de dienst met als thema: ‘Voelen dat je leeft’ kan beginnen.

De piano klinkt en de gelovigen zingen samen met het koor ‘Vrede voor jou’. Erick Mickers, dit keer in gebedskleed, loopt rustig naar het spreekgestoelte om iedereen welkom te heten. Voor een opstandige gemeenschap verloopt de viering uitermate harmonieus en keurig volgens het kerkelijke wat vrijzinnigere protocol. Er is een eerste en tweede lezing, een persoonlijke overweging, voorbeden, een tafelgebed, afgewisseld met Nederlandse (geloofs)liederen.

Zijn dit nou de heidenen, Jomanda’s en heksen waar hulpbisschop Rob Mutsaerts in zijn groene peper-columns, inmiddels van internet verwijderd, zijn tanden inzette? Zijn gepeperde blogtaal uit 2009 lijkt nu haast profetisch. “Als je niet bij de kerk wilt horen, dan ga je daar toch gewoon weg. Richt je eigen sekte op en schaf zelf een pand aan, maar val parochianen (je zult daar maar wonen) niet lastig met quasi-liturgie en pseudobijbelse prietpraat.” Dit schreef de geestelijke in een column waarin hij zich verzette tegen het homohuwelijk dat in deze parochie gesloten was.

Maar de San Salvator-gelovigen wilden helemaal niet weg bij de moederkerk. Ondanks de doorlopende worsteling met het instituut, zat niemand op een breuk te wachten. Ook nu nog zien veel vooruitstrevende ex-parochianen het verdergaan als zelfstandige gemeenschap, met alle kwetsbaarheid van dien, niet als de hoogst haalbare ambitie, maar meer als een noodzakelijke vluchtroute voor het behoud van eigenheid. Hoe is het dan toch zover gekomen?

In het gedenkboek met de veelzeggende titel Totdat ik vliegen kon op eigen kracht, dat onlangs uitkwam ter ere van het 55-jarige bestaan van de parochie, staat dat kapelaan Jan Schouten (1953-1967) het eerste progressieve zaadje plantte. Hij werd in 1954 tot bouwpastoor benoemd door bisschop Mutsaerts (inderdaad familie van de huidige hulpbisschop). Het waren de jaren van wederopbouw en kerkelijke vernieuwing en dat was precies de weg die Schouten bewandelde. Ten tijde van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) organiseerde hij een eigen San Salvatorconcilie (1964) met als doel gelovigen aan het denken te zetten en meer te betrekken bij de besluitvorming van de kerk. “Het ging hem om de mensen: het individu en de gemeenschap en hoe die te laten ademen en groeien”, aldus het gedenkboek.

Zijn opvolger pastoor Jack Snackers (1967-1989) zette de vooruitstrevende aanpak voort. Hij stimuleerde de talenten van parochianen, gaf ze meer verantwoordelijkheid en richtte een pastoraatsgroep op met betaalde professionals en geschoolde vrijwilligers. Hij voorzag dat het werk in een stedelijke parochie in de toekomst niet meer gedaan zou kunnen worden door louter betaalde krachten. De leegloop uit kerken was begonnen en het regende priesteruittredingen. Zo kwam het dat de parochie steeds meer in handen kwam van mondige parochianen die de pastoor niet meer op een voetstuk zetten, maar meer als een soort morele coach aan hun zijde vonden.

Een vrijzinnige identiteit, geheel in lijn met de alles-moet-anders tijdsgeest, tekende zich af in Orthen. Net als in vergelijkbare vooruitstrevende (basis) gemeentes in Nederland mochten zowel mannen als vrouwen voorgaan, zowel gewijde als niet gewijde voorgangers het brood breken en werden de verlichte liederen van Huub Oosterhuis uit volle borst gezongen. Er werden klankconcerten, Derde Wereld-markten en sacrale dansdagen georganiseerd. De progressieve kerk was in en trok mensen uit de hele regio.

De katholieke kerk omarmde het niet, maar gedoogde de aanpak. Totdat in 1985 met het aftreden van bisschop Jan Bluyssen van ’s-Hertogenbosch en het aantreden van de meer conservatieve Jan ter Schure er voor veel Brabantse gelovigen een kerkelijke “ijstijd” aanbrak. De restauratieve aanpak van de bisschop verhoogde de waakzaamheid in Orthen. De oprichting van de Jan Schoutenstichting in hetzelfde jaar, die onafhankelijk van het parochiebestuur opereerde, was daar een uiting van. Met het zelfgestorte stichtingsgeld konden de parochianen het heft in eigen handen nemen, als het ging om de keuze van pastorale voorgangers en daarmee het vrijgevochten karakter van hun gemeenschap beschermen.

De woorden van oud-pastor Frits Bakker (1989-1993) in het gedenkboek illustreren de Orthense eigengereidheid. Hij heeft een “bloedhekel aan onderdanigheid.” Je moet “kijken wat vanuit de situatie goed is, in plaats van uitgaan van ‘de regels die er staan’. […] Het zijn lakeien die knikken en doen wat gedaan moet worden.”

De eerste publieke aanvaring met het bisdom was in 1993. Frits Bakker ging met pensioen. Bisschop Ter Schure droeg zijn vicaris E. Verhoeven aan als tijdelijk bestuurder in Orthen, maar het parochiebestuur wees de benoeming af, omdat die zonder overleg had plaatsgevonden. Ter Schure vatte de weigering op als een teken van er niet bij willen horen. De parochie plaatste zich volgens de bisschop “buiten de kerk” (Trouw, 6-12-1993). Hij ging zich beraden op vergaande maatregelen om in Orthen orde op zaken te stellen. Maar die maatregelen bleven uit totdat de geschiedenis zich in 2011 herhaalde.

De vacante plek voor pastoor was de aanleiding voor de nieuwe Bossche bisschop Antoon Hurkmans om zich over het koekoeksjong te buigen. Het samenvoegen van parochies in één grote stadsparochie vormde daarbij een belangrijke drijfveer, vermoedt Antoine Jacobs, vice-voorzitter van het nieuwe kerkbestuur van de oude San Salvator-parochie. Bij zo’n fusie wil je toch dat alle neuzen dezelfde kant opstaan, vertelt hij. “Orthen was de parochie die niet meedeed, een enclave waarbinnen de spelregels van de katholieke kerk te veel naar de eigen hand werden gezet.”

Hurkmans benoemde, wederom zonder overleg, hulpbisschop Mutsaerts als waarnemend pastoor, wat geen erg tactische zet was, gezien zijn onverhulde meningen over de moderne parochie op internet. “Hoe kun je een herder toelaten die ons voor heidenen uitmaakt?” vraagt Ard Nieuwenbroek, bestuurslid van de San Salvator gemeenschap zich nog steeds af. “Dat kan niet. Wat je opbouwt in vijftig jaar, laat je niet in een keer los. In een schriftelijke reactie op de benoeming hebben we de hand gereikt naar de bisschop en aangegeven dat we in dialoog wilden over een nieuwe pastoor. Pas dan kun je eventueel water bij de wijn doen. Anders weet je niet of er water en wijn is. Maar dat gesprek bleef uit.” Het bestuurslid betreurt het dat ze nooit erkenning hebben gevoeld voor het goede wat er gebeurde. “Er werd steeds op de verschillen gewezen.”

Rob Mutsaerts betreurt het op zijn beurt dat hij niet de kans heeft gekregen om te onderzoeken of ze er samen iets van konden maken. In het contact met mensen is hij naar eigen zeggen open en hulpvaardig, anders dan in zijn blogs waarin hij zich graag van een meer uitgesproken stijl bedient. “Ik ben bij voorbaat afgeserveerd.” Tegelijkertijd maakt hij wel duidelijk dat de kerk geen poldermodel is. “Het geloofsgoed wordt ons aangereikt. Dat dragen we uit. Het is geen hobby die iedereen op zijn eigen manier kan uitoefenen. De vlag moet wel de lading dekken. Bij de San Salvator zou je bijna vermoeden dat het een protestantse kerk is.” Hij wenst de beweging alle goeds, maar verwacht er niet veel van. “De geschiedenis wijst uit dat vrijzinnigheid uiteindelijk tot niks leidt. De orthodoxe lijn is de enige die altijd doorgaat.”

In dagcentrum Cello wenst iedereen elkaar ‘vrede van Christus’ toe. Niet alleen de naaste buren krijgen een persoonlijke handdruk. Mensen staan op, lopen naar elkaar toe en doen moeite om zoveel mogelijk handen te schudden. “In deze gemeenschap wordt de kerk teruggebracht naar menselijke proporties”, glundert Toos Verdonk, een trouwe parochiaan die niet van marmer houdt en hoge preekstoelen. “Je kunt de wonderbare broodvermenigvuldiging opvatten als een feit en geloven in Goddelijke bliksemschichten. Je kunt ook geloven in het wonder van solidariteit. Het kind dat begon te delen en iedereen zag hoe goed dat was.” Koorlid Karien Liebregts-Waegemakers sluit zich daarbij aan “Het gaat om God in mensen.”

In het begin vond Liebregts-Waegemakers het moeilijk om afscheid te nemen van het kerkgebouw waar ze al haar hele leven kwam en als kind is gedoopt. “Ik vind het nu vooral zielig dat het gebouw ons moet missen. De kerk zit lang niet meer zo vol als vroeger.” In de naburige San Salvator-kerk kerken op dit moment nog maar een stuk of vijftig behoudende katholieken. “Ik denk dat de breuk uiteindelijk goed is geweest. Onze eigenheid werd geremd door het bisdom. Het verzet kostte te veel energie. Het is buigen of breken. Nu is er meer vrijheid om na te denken over hoe we het samen gaan doen.”

Aan betrokkenheid geen gebrek. Na het slotlied stroopt iedereen zijn mouwen op en in mum van tijd zijn alle stoelen opgeruimd zodat de ruimte weer gebruikt kan worden door de bezoekers van het dagcentrum. Dat die betrokkenheid ook een andere kant heeft, kan voorganger Erick Mickers beamen. Hij is een jaar geleden deel uit gaan maken van het pastorale team en maakte meteen het meest turbulente jaar uit de geschiedenis van deze religieuze gemeenschap mee. “Iedereen heeft overal een mening over en die wordt niet onder stoelen of banken gestoken. Het was voor mij wel een zoektocht om uit te vinden wat er van me verwacht werd. Soms was dat daadkracht, soms bescheidenheid.”

We zoeken nu naar onze identeiteit, vertelt Mickers. “Liefde voor elkaar is daarbij het uitgangspunt. Een gemeenschap is geen doel op zich. Daarnaast moeten we onszelf de vraag blijven stellen hoe gastvrij en open wij zijn naar anderen? Ik zie ons als universeel christelijk met een religieus besef dat de oecumene overstijgt. We kunnen ook putten uit de wijsheid van het boeddhisme of de spiritualiteit van de islam of het joodse geloof. Zo kunnen we verschillende geluiden laten horen en hopelijk ook een jongere generatie aanspreken.”

De voorganger ziet de breuk met de katholieke kerk als onvermijdelijk. Ook al heeft de gemeenschap daar zelf nooit op aangestuurd. “De roep om duidelijkheid en strengere regels hoort bij deze tijd. De kerk blijft trouw aan zichzelf. Wij blijven trouw aan onszelf. Je kunt een goede samenwerking niet afdwingen. Ik denk dat de theologische verschillen ook te groot waren. Neem alleen al de eucharistieviering en het priesterschap die in de kerk centraal staan, terwijl bij ons solidariteit met mensen en verbondenheid centraal staan.”

Of die solidariteit sterk genoeg is om het als zelfstandige gemeenschap te gaan redden, blijft spannend. Het bestuur van de vereniging San Salvator in beweging (SSIB) draait overuren om na te denken over een stevige financiële basis voor die toekomst. Met het gedoneerde geld van de Jan Schoutenstichting kon de eerste stap gezet worden. Het personeel wordt doorbetaald en de huur van de zaal betaald. Maar dan. “We proberen al onze leden te mobiliseren op termijn een structurele bijdrage te geven, naar draagkracht uiteraard. Een ander idee dat nu leeft, is het veilen van wereldlijke diensten. Een thuisoptreden van ons koor behoort tot de mogelijkheden”, vertelt bestuurslid Ard Nieuwenbroek die positief gestemd is. “We zijn een dynamische en actieve gemeenschap met zeshonderd leden en we groeien nog steeds. Ik heb de overtuiging dat we het wel gaan redden.”

Door de eeuwen heen hebben Orthenaren bewezen een “een taai volkje” te zijn, zo is te lezen in het gedenkboek. Dijkdoorbraken, branden, belegeringen; ze krabbelden altijd weer overeind, gewend om weer van voren af aan te beginnen.

“Ik zie twee trends. De eerste trend is dat de Nederlandse kerkprovincie steeds nauwer toezicht houdt op de lokale praktijken in parochies. Deze mogen niet al te veel meer uit de pas lopen. Er is minder ruimte voor een eigen meer progressieve Nederlandse weg. De tweede trend is interessanter, namelijk dat mensen steeds meer in staat zijn om vormen van kerk-zijn zelf te organiseren en minder afhankelijk zijn van de hierarchische massaorganisatie. Dat past in onze moderne, vloeibare cultuur. Daar tussendoor bewegen de meer spirituele charismatische groepen die zich wel verbonden voelen met het bisdom, maar niet passen in een parochiestructuur. Of de afsplitsing van de San Salvator gemeenschap een voorbode is voor meer afsplitsingen, weet ik niet. Het kan levensvatbaar zijn, ook al is de basisbeweging geen groot succes. Maar je moet je wel afvragen wat goed overdraagbaar is en niet blijven hangen in oppositie en strijd. Het moet aantrekkelijk zijn voor mensen van daarbuiten. Verbindigen met andere gemeenschappen zijn van wezenlijk belang.”en van vergelijkbare geloofsgemeenschappen

• Taizé vieringen Den Bosch

• Kapelgroep in Gemert

• Basisgroep Jonge Kerk Roermond

• Augustijns Centrum de Boskapel in Nijmegen

• Oecumenische Kerkgemeenschap Dominicus in Amsterdam

• Stichting Open Kerk Helvoirt

• Ekklesia Den Haag

• Oecumenische basisgemeente de Duif in Amsterdam

• Basisgroep Leeuwarden

• De werkplaats Zwolle

• Oecumenische Basisgemeente Apeldoorn

• Oecumenische basisgroep Maastricht

• Zaanstad Ekklesia

• Eikske Schaesberg

• Basisbeweging Sallant

• Kritische gemeente IJmond

• Basisgemeenschap Exodus Eden

 

Dit bericht was geplaatst inGeen categorie. Bookmark the permalink. Zowel reacties als trackbacks zijn gesloten.