Debat over het debat

“De discussie in Nederland is minder verstikkend geworden”

Er wordt wat afgedebatteerd in Nederland. Over hoofddoekjes en linkse hobby’s, over seksueel misbruik in de kerk, en ga zo maar door. Maar hoe is het gesteld met de kwaliteit van dat debat, nu elke mening evenveel waard lijkt en discussies soms ontaarden in regelrecht gescheld? Tolereren we verschillen of vrezen we ten diepste de afwijkende mening? VolZin organiseerde een ‘debat over het debat’ met vier gangmakers van dat openbare gesprek in Nederland.

» Bekijk dit artikel als PDF (320 kb)

Ons leven en samenleven is voortdurend voorwerp van publieke discussie. Maar heeft die discussie ook enig niveau? Aan het begin van het nieuwe jaar staan we, samen met vier gangmakers, stil bij de kwaliteit van het maatschappelijke debat in Nederland. Deelnemers zijn Yoeri Albrecht, directeur van de Balie; Daan Roovers, hoofdredacteur van Filosofie Magazine; Mei Li Vos, publicist en voormalig PvdA-Kamerlid en Lodewijk Dros, chef Letter & Geest en het Boekenkatern van Trouw. Plaats van handeling is het debatcentrum de Balie in Amsterdam. Het resultaat is een bevlogen gesprek over de democratisering en populisme, heilige huisjes en de rol van de politicus, de kerk en de mantel der liefde.

Hoe staat het publieke debat er in Nederland voor?

Mei Li Vos: “Ik vind dat het debat gedemocratiseerd is. Veel meer mensen dan vroeger – toen Nederland nog verzuild was, twee televisienetten had en mensen minder hoog opgeleid waren – doen mee.” Yoeri Albrecht: ”Ik vind de kwaliteit van het debat in Nederland ook niet zo slecht, eerlijk gezegd. Sterker nog, ik vind het een stuk beter geworden dan een aantal jaren geleden. Toen werd iedere argumentatie beëindigd met de Tweede Wereldoorlog. Veel mensen roepen nog wel dat ze iets fascistisch vinden, maar daarmee drukken ze het debat niet plat. Ik kan me de redactievergaderingen van Vrij Nederland nog levendig herinneren waar allerlei soorten van debat meteen aan de redactietafel werden afgekapt. Neem de vraag: wat kosten migranten ons? Dat lijkt me een vrij normale vraag, maar daar had je het niet over. Dat was niet netjes.”

Schelden en schreeuwen is ook niet netjes.

Albrecht: “Er zijn minder taboes en daar wordt het debat soms harder van. Maar het is minder verstikkend. Je kunt meer dingen vragen en zeggen. Je krijgt ook meer commentaar. Maar het mág soms best emotioneel zijn. Als je te lang iets bedekt, gaat het broeien onder de mantel der liefde en dat is niet goed.” Lodewijk Dros: “Dat ben ik met Yoeri eens. Neem het integratie-debat, hét debat van de afgelopen tien jaar. Wat doen we met nieuwe Nederlanders en de waarden die ze meenemen naar ons land? Wat we zien zijn botsende waarden. Dat gaat hard tegen hard en daar moet je niet bang voor zijn. Juist die heftigheid die loskomt, is een teken dat de mantel der liefde is weggetrokken en dat vind ik een buitengewoon frisse ontwikkeling.”

Daan Roovers: “Zonder de pessimist te willen zijn, want dat ben ik helemaal niet, maar het debat over integratie kent wel zijn bekende stellingnames. Ik zie weinig uitwisseling daarin. Ook bij debatprogramma’s op tv zie je dat iedereen zijn positie afbakent, binnen zijn loopgraaf blijft en van daaruit het debat ingaat. Ik vind dat deelname aan een debat wel een bepaalde inzet vereist van de betrokkenen. Bijvoorbeeld de inzet om overtuigd te raken.”

Albrecht: “Overtuigen is geen noodzakelijke voorwaarde voor het voeren van een debat. Ik vind het zelfs een overgewaardeerd criterium. Je hebt tegengestelde belangen in een samenleving. Het is een belangrijke functie van het debat om die verschillen helder te krijgen.”

Roovers: “Ik zou nog een andere functie willen noemen. Van oudsher is het publieke debat bedoeld om je een mening te vormen. Thuis zit je vast aan huis en haard, maar in de openbare ruimte ben je vrij om met anderen van gedachten te wisselen. Daar kun je je opvattingen over hoe de samenleving eruit moet zien vórmen in plaats van uitventen. Dat zou ik strikt genomen zien als de functie van een debat.” Albrecht: “Een opvoedend debat of meningsvormend debat kan. Maar de realiteit is natuurlijk dat in de samenleving al erg veel mensen hun mening gevormd hebben. De een houdt van appeltaart. De ander vindt dat ontzettend smerig. Pas als die verschillende standpunten helder zijn, kun je vanaf daar iets aan tolerantie doen.”

Is het niet tijd voor wat meer beheersing in het debat?

Roovers: “Ja, ik denk dat het gebrek aan beheersing het probleem van nu is. Sinds de jaren zestig is de grens tussen privé en publiek steeds onduidelijker geworden. Theo van Gogh had bijvoorbeeld sterk de mantra: wat ik thuis zeg en vind, zeg ik ook op televisie. De publieke ruimte was voor hem een ruimte voor zelfexpressie. Dat lijkt me een misverstand.” Albrecht: “Dat ben ik niet met je eens. Ik heb hem dat weleens gevraagd: moet dat nou allemaal? Dan zei hij: dat is mijn heilige plicht. Oude vormen en denkbeelden moet je hardhandig afbreken. Dat is de functie van de intellectueel in het maatschappelijk debat. Heilige huisjes intrappen. Doe je dat niet, dan is maatschappelijke vernieuwing onmogelijk. Ik vind wel dat mensen verschillende functies kunnen hebben in een debat.”

Welke functies zoal?

Albrecht: “Het zou slecht zijn als intellectuelen, schrijvers, filmmakers zich niet kunnen uitspreken. Het is de vraag of een volksvertegenwoordiger dat ook moet doen. Ik vind het echt een schande dat Wilders is aangeklaagd aangeklaagd voor de dingen die hij zegt. Die uitspraken vallen wat mij betreft binnen de ruimte die door het maatschappelijk debat geboden wordt. Je zult móeten debatteren, over de grenzen heen, want dat is de plek waar de maatschappij beweegt. Kijk hoe lang Italiaanse steden onder het pauselijk juk hebben geleefd en nauwelijks vooruit kwamen. Kijk naar samenlevingen in het Midden-Oosten waar van de islam niks mag. Tegelijkertijd vind ik wat Wilders doet ook schandalig. ‘Als u mij veroordeelt, dan deugt de rechtstaat niet.’ Wacht even: u bent volksvertegenwoordiger. Uw functie is niet het ondermijnen van de rechtstaat. Het OM eist zijn vrijspraak, hij heeft een goede advocaat, hij kan wraken. Hoezo deugt de rechtstaat niet? Het is totaal onverantwoord dat hij dat durft te zeggen.”

Heeft het populisme het debat doen ontaarden?

Albrecht: “We moeten in dit land weg van de naoorlogse periode en daar dragen partijen als de LPF en PVV aan bij. Dat betekent niet dat ik het met ze eens ben. Maar ik vind het wel fijn dat je nu een heel andere discussie kunt voeren. Ze hebben het debat ook trouwens ook armer gemaakt, want het is heel lastig om in Nederland gemeenschappelijke opvattingen geloofwaardig te verdedigen. Of je bent ergens voor, of je bent er tegen. Ik ben ertegen dat Wilders wordt aangeklaagd, maar ik ben niet voor Wilders. Leg dat tegenwoordig maar eens uit.”

Roovers: “Natuurlijk zijn er voordelen aan het verwijderen van die glazen kaasstolp. Maar om te zeggen dat de PVV onze debatcultuur verrijkt heeft, dat gaat me echt te ver. Ze hebben het debat gekaapt.” Albrecht: “Ze vóéren het debat.”

Dros: “Het is, om het met Bloem te zeggen, een kwestie van ‘vorm én vent’. Wilders is retorisch en strategisch heel sterk. Hij had ook een paar zaken te pakken die als achterstallig onderhoud lagen te wachten op behandeling.”

Roovers: “Maar inhoudelijk stelt het niet veel voor wat hij zegt.”

Albrecht: “Maar hij overtuigt. Wat hij zegt, dat meent hij. Dat maakt hem ook enger. Mensen denken dat hij een rattenvanger is die een mooi deuntje fluit. Maar hij gelooft er echt in.”

Vos: “Dat is een van de redenen dat de PvdA met hun campagnes slecht scoort. Ze denkt kiezers te overtuigen op basis van rationele argumenten. Bij Wilders komt alles wat hij zegt uit zijn tenen. Hij gelooft wat hij zegt en bij de meeste politici weet je dat niet.”

Hoe kunnen traditionele partijen het publieke debat verstevigen?

Albrecht: “Ik vind het positief dat het debat opener is geworden, maar ik mis een meer diepgaande bijdrage van bestuurders. Achter het debat zit nauwelijks meer een coherente, goed doordachte, langjarige bestuursstrategie. Een visie op de maatschappij en op de mens. Daardoor wordt het debat flinterdun. Vroeger hadden partijen een wetenschappelijke adviesraad die er toe deed. Je had artsen, hoogleraren of advocaten die een tijdje in de politiek gingen. Tegenwoordig wordt de partij bevolkt door beroepspolitici die in tien, twintig jaar tijd opklimmen, maar weinig maatschappelijke ervaring hebben.”

Vos: “Dat valt wel mee. Maar als ik even namens de PvdA mag spreken, want ik ben lid en heel kritisch, vind ik wel dat we een ‘peilingenpartij’ zijn geworden die te veel meebuigt met het electoraat. De ideologie en de visie op de mens, die is er wel. PvdA’ers kunnen dat ook prima uitleggen. Maar we uiten dat te weinig, zijn niet meer koersvast.”

Roovers: “De Spaanse filosoof Ortega y Gasset had het over de ‘hordemens’, de massamens die alle kanten op holt. Dat doet me een beetje denken aan wat jij over de partij zegt. Als je niet verder kijkt dan het eerste, voorliggende probleem dan zwalk je inderdaad alle kanten op.”

Dros: “Je zult vertrouwen moeten wekken als politicus en dat kun je niet alleen doen op basis van 51 procent van de stemmen. Dan bereik je niet genoeg.”

Zie je parallellen tussen politiek en kerk?

Dros: “Kerken kampen met hetzelfde probleem van representatie en presentatie. Katholieken hebben een geen democratische structuur. Al wil dat niet zeggen dat alle gelovigen werkelijk naar de paus luisteren. Protestanten hebben juist een overgedemocratiseerd ideaal van leiderschap. Dat snap ik wel. Maar wat is er mis als je tegen iemand die gezag heeft, durft te zeggen: jij bent onze voorvrouw of voorman? En al ben ik het niet altijd met je eens, jij geeft de route aan. De katholieke kerk lukt dat nu niet, die heeft zichzelf lamgeslagen, protestanten missen inspirerende figuren en in de politiek is de ideologie ook aardig uitgehold. Dat vind ik vrij armoedig.”

Albrecht: “Het is een feit dat ideologieën wegvallen en dat daardoor het wantrouwen ten opzichte van autoriteiten groeit. Tegelijkertijd wordt er door het wegvallen van ideologieën een aanspraak gemaakt op de politicus als persoon, die niet meer waar te maken is. Kijk naar Obama.”

Jullie beschouwen de democratisering van het debat als positief.

Roovers: “Ik wil die consensus toch even doorbreken. Is het debat wel zo democratisch omdat er af en toe een rapper meepraat over politiek bij Pauw en Witteman of omdat Henk en Ingrid in het Journaal soms hun zegje mogen doen? Betekent dat ook dat de hele samenleving met elkaar in gesprek is? We zijn er nog lang niet. Er is een belangrijke stem in het debat die we nauwelijks horen. Waarom is er geen moslimpartij bijvoorbeeld? Yoeri zei: ik ben blij dat de mantel der liefde is opgetild. Ik denk dat die hooguit is verplaatst.”

Dros: “Eens. Elke tijd genereert zijn eigen achterstallig onderhoud.”

Albrecht: “Maar de mantel is wel de helft kleiner.”

Dros: “Ik zie hier wel een rol voor kerken weggelegd. Islamitische vrienden vertellen me dat ze erg moesten wennen aan de overgang van een land waar de islam dominant is naar een goeddeels seculiere maatschappij. Kerken in Nederland hebben ervaring opgedaan met machtsverlies. Ze hebben ook ervaring opgedaan in hun omgang met akelige anti-homoteksten. De letterlijke, fundamentalistische interpretatie van sommige bijbelteksten en koranverzen is namelijk dodelijk. Christenen kunnen moslims leren hoe je daar afstand van doet zonder van je geloof te vallen.”

Hoe kan het debat verbeteren?

Albrecht: “In Nederland is het not done om mensen die het met elkaar oneens zijn tegenover elkaar te zetten en dat is zonde. In mijn optiek hoef je elkaar echt niet altijd te overtuigen. Maar maak de verschillen duidelijk. Laat het COC maar eens discussiëren met dat clubje fundamentalisten. Dat is in Nederland nog steeds een taboe. Voor een beter debat moet je accepteren dat mensen een tegengestelde mening kunnen hebben. De strijd der ideeën is iets waar de maatschappij beter van wordt, maar je moet wel durven. Op opiniepagina’s van kranten zie je dat tegenwoordig gelukkig steeds meer. Alleen de twintig columnisten van NRC hebben allemaal dezelfde postcode en leeftijd.”

Dros: “Zoek de confrontatie. Laatst sprak ik een fundi-moslim die de dialoog zat was – net als ik. Laten we het hebben over de verschillen, opperde hij. Dus vertelde ik hem dat ik last van hem heb. Als ze in mijn buurt, waar zeventig procent allochtoon is, denken dat ik homo ben, heb ik een probleem. ‘En dat komt door jou’, zei ik, ‘want jouw mensen vinden homo’s niks’. Daarop volgde een stevig gesprek. Waarom kijk je zo tegen homo’s aan? Hoe kunnen we verder?” Roovers: “Dat vind ik een goed voorbeeld van dat je in een debat bereid bent om jezelf op het spel te zetten en serieuze betrokkenheid toont. Ik betreur wel dat de vrijheid van meningsuiting iets heiligs is geworden. Ik mag lekker zeggen wat ik wil en ik schiet er maar op los. Dat vind ik een totaal oninteressante manier van debatteren.”

Albrecht: “Je hebt ook politici nodig die de burgers beter informeren. Als je kijkt naar het debat over onze troepeninzet in het Midden-Oosten. Dat is een kwestie van leven en dood. En er is geen bewindspersoon die daar verantwoordelijkheid voor draagt die gedurende een uitzending met journalisten gewoon eens een uur lang uitlegt waarom we dat doen.” Vos: “Wouter Bos is volgens mij een van de weinigen geweest de afgelopen jaren die dat een beetje heeft gedaan bij de kredietcrisis. Dat gebrek aan informatie en openheid heeft te maken met een krampachtige bestuurscultuur. De PvdA is bang. Maar de VVD ook. Daar zeggen ze dat ze nog steeds niet over het trauma Verdonk heen zijn. Ze zijn erg bang voor heibel in de tent en mogen ook met erg weinig naar buiten komen. Ik geloof wel dat er zoiets is of zou moeten zijn als opinieleiders. Dat waren vroeger politici. Zij joegen het debat aan en hun mening stond ergens voor. Laat politici zich méér uitspreken en hun idealen volgen. Ze moeten durven weer eens wat te vinden.” Dros: “Dan heb je het over leiderschap en verleiderschap. Ik vind ook dat we die kant op moeten. Wat ik zie, is dat er behoefte is aan het scheppen van een gemeenschappelijk perspectief, van dáár gaan we heen. We weten niet precies hoe en hebben geen blauwdruk klaarliggen. Maar kom op: jongens, doe mee!”

Daan Roovers (1970) is hoofdredacteur van Filosofie Magazine. Zij is initiatiefnemer en organisator van de Nacht van de Filosofie en bestuurslid van o.a. de Internationale Spinozaprijs. Zij geeft regelmatig cursussen op de Internationale School voor Wijsbegeerte. Samen met René Gude schreef zij Kleine geschiedenis van de filosofie (Veen Magazines, 2010).

Lodewijk Dros (1964) is theoloog. Hij werkte als predikant tot hij in 2000 overstapte naar Trouw. Daar leidde hij de redactie Religie & Filosofie; sinds 2010 is hij chef van het essaykatern Letter & Geest en het Boekenkatern. Dros publiceert over religie, literatuur en maatschappij en is commentator van het wekelijkse tv-magazine ‘Schepper & Co’. Hij bedacht recent de nationale calvinismetest (C-factor) en de Fundi-test.

Mei Li Vos (1970) is politicoloog, publicist en voormalig politicus voor de PvdA. In 2005 richtte ze het Alternatief voor Vakbond op, een vakbond voor outsiders op de arbeidsmarkt. Ze promoveerde in 2001 op een onderzoek naar de betrekkingen tussen Nederland en Indonesië.

Yoeri Albrecht (1967) is sinds december 2010 inhoudelijk directeur van debatcentrum De Balie in Amsterdam. Hij studeerde Geschiedenis, filosofie en Internationaal recht in Leiden en Oxford. Hij maakte voor televisie de interviewprogramma’s Krachtstroom en CEO en de politieke programma’s Ministers Terug op de Werkvloer en Stemmingmakerij met Freek de Jonge voor de VPRO. Zijn documentaire over de Palio in Siena werd met twee Gouden Kalveren bekroond.

Dit bericht was geplaatst inDebat, Mijn werk. Bookmark the permalink. Zowel reacties als trackbacks zijn gesloten.