‘Acda en De Munnik deed me méér dan een psalm’

Het nieuwbollige geloven

Elke zondag is de grote bioscoopzaal van het Amsterdamse Kriterion gevuld met jonge hippe stedelingen en hun kinderen. Ze komen voor Stroom, een moderne variant op de christelijke kerk. Ze bidden en zingen samen en praten over het geloof tijdens de wekelijkse tafelkringen. Laatste nieuwtjes worden uitgewisseld op Facebook. Wat heeft deze jong kerk wat oude kerken niet hebben?

» Bekijk dit artikel als PDF

De kaarsen branden en de zwangere gastvrouw verdeelt de pompoensoep over zeven borden. Terwijl de wijn rond gaat, wordt er geanimeerd gepraat over sauna, vaderschapsverlof, co-schappen en Groupon-kortingsbonnen. Het is gezellig en iedereen toont oprechte interesse in elkaar. Er valt niets van religieusiteit te bespeuren. Geen kruis aan de muur of Bijbel op tafel naast de pan met soep. Totdat gastvrouw Jiska van de Velde-Kniep (31, hbo-docent) voorstelt om samen te bidden voor het eten. De gesprekken vallen als vanzelf stil. Iedereen vrouwt zijn handen. Sommigen sluiten hun ogen. Alleen de spinnende huispoes is nog te horen die kopjes geeft aan de grote houten eettafel.

Dit gezelschap bestaat niet uit vrienden of familie, maar uit geloofsgenoten die sinds kort met elkaar deze wekelijkse tafelkring vormen. Ze zijn bijna allemaal van gereformeerden, evangelischen of katholieke huizen, student of starter en vormen een aardige doorsnee van de groep jonge, zelfbewuste en hoogopgeleide Amsterdammers die deel uitmaken van Stroom. Een beweging die zich tot hoger doel heeft gesteld om de vrijheid van Jezus op een vernieuwende manier in de praktijk te brengen. Naast de huiskamerontmoetingen, komen elke zondag om 11 uur (of een kwartiertje later) zo’n 100 gelovigen en enigszins gelovigen in de grote bioscoopzaal van filmhuis Kriterion bij elkaar om op een meer “nuchtere en eigentijdse manier” over God te praten en samen te zoeken naar religieuze inspiratie.

Esther van Diermen (28, docent Spaans en decaan) vond die inspiratie ruim twee jaar geleden. “In elke wijk waar ik woonde in Amsterdam bezocht ik wel een kerk. Ik ben christelijk opgevoed en heb het contact nooit helemaal verloren. Bij de vrijgemaakt-gereformeerde Oosterparkkerk, een wat oudere gemeente, kreeg ik niet echt een yes-gevoel. Die dominee tipte mij dochterclub Stroom.Toen ben ik gewoon maar een keer gaan kijken op zondag. Het is een donkere bioscoopzaal, dus je kan makkelijk anoniem aanschuiven. Ik vond het zo gaaf en zo leuk. Ik kwam er steeds enthousiaster vandaan. Dit had ik nog niet eerder gezien. Soms zongen we Acda en de Munnik en dat deed méér met me dan een psalm.”

Puurder

Op de vraag wat Stroom zo anders maakt, antwoorden de tafelgenoten eensgezind dat het een beetje terug naar de basis is. Van Diermen: “Stroom is wat puurder, uitgekleder en los van alle ceremoniële regeltjes. Juist die regeltjes doen veel mensen afkeren van de traditionele kerk”. Maar het is ook geen hippiekerk, benadrukt ze. “Dat sfeertje lijkt wel zo, maar zaken worden echt serieus benaderd.”

De gastvrouw houdt ook niet van te veel poespas. Veel rituelen zijn van zichzelf al mooi genoeg vindt ze. “Elke vierde zondag van de maand gaan we met elkaar aan tafel om het avondmaal te vieren. Het is een soort heksenketel met rondrennende kinderen, grote Turkse broden en allemaal hartige taarten. Iedereen neemt wat mee. Soms moet er wel om stilte geroepen worden. ” Haar man Benno van de Velde (36, geluidstechnicus) vult haar aan: “Je kunt er iets heel groots en heiligs van maken zoals in de traditionele kerk. Maar je kunt het ook doen zoals Jezus het deed.Terug naar de eigenlijke bedoeling. Met vrienden of kerkgenoten aan tafel zitten, samen eten, het brood breken en een moment van stilte om te gedenken.”

Deel willen uitmaken van een groter geheel, zoeken naar houvast en een zekere hang naar tradities zijn de belangrijkste beweegredenen van de kringgenoten om zich aan Stroom te verbinden. Van de Velde-Kniep: “Ik weet niet of ik nou echt een persoonlijke relatie met God heb, maar ik vind het wel prettig om te weten dat ik hier bedoeld ben. Dat het geen stom toeval is.” Voor haar man is het geloof onlosmakelijk verbonden met zijn christelijke opvoeding. “Ik heb nooit aan het bestaan van God getwijfeld en ben het geloof nooit kwijtgeraakt. Dat had best gekund. Héél veel moeite heb ik er vroeger niet voor gedaan.” De jongste tafelgenoot Ilse Leistra (23, student geneeskunde) vertelt dat ze het moeilijk vindt om in haar eentje te geloven. “Ik heb mensen nodig met wie ik verhalen kan uitwisselen. Ik wil weten hoe zij het geloof ervaren. Ik wil iets delen.”

Vernieuwingsdrang

Martijn Horsman (35), niet dominee Horsman, maar gewoon Martijn, is sinds vier jaar de voorganger en voorman bij Stroom. Hij studeerde theologie met als specialisatie kerkgeschiedenis aan de Theologische Universiteit Kampen. De vrijgemaakt-gereformeerde kerk (behoorlijk orthodox protestants) gaf hem de opdracht de missionaire Amsterdamse bioscoopkerk op een hoger plan te brengen. Het idee voor deze proeftuin ontstond tien jaar geleden. De Oosterparkkerk vond nauwelijks nog aansluiting met niet-christelijke Amsterdammers en wilde een nieuw publiek aanboren. Er mocht volop geëxperimenteerd worden. “Ik trof een talentvolle en gedreven club aan. Een man of dertig. Maar ze hadden geen idee welke richting ze samen uit wilden”, herinnert Horsman zich nog. “Ze joegen zichzelf op met een enorme vernieuwingsdrang, soms uit frustratie over de oude kerk. Elke zondag moest het ultieme gebeuren. Het liefst zo multimediaal mogelijk. Ik vond dat vermoeiend en dacht: waarom doen we niet elke week hetzelfde? Liedje, preek, liedje. Nou en? Als je het maar goed en met overtuiging doet.”

Volgens Horsman is Stroom onmiskenbaar een christelijke gemeenschap. “Als we twijfelen, twijfelen we aan Jezus. Niet aan Boeddha.” Hij legt uit dat de gereformeerde traditie de bron vormt en de uitvoering oecumenisch is, zij het op een bescheiden manier. “Als wij de maaltijd vieren, het brood breken en de wijn drinken doen we dat ter nagedachtenis van Jezus. We maken daar een bijzonder moment van. Maar niet heilig. We voeren het brood dat over is gewoon aan de eendjes en dat is weer heel protestants.”

Inhoudelijk wil hij terug naar de basis van het evangelie en de oude verhalen vertalen naar deze tijd. “Don’t plant a church, plant the gospel, leerde ik ooit. Stroom moet een plek zijn voor barmhartigheid en liefde en niet alleen de liefde voor jezelf. Dit is het gevaar van veel moderne spiritualiteit. Stress kwijtraken; één woorden met de werkelijkheid; kracht vinden in jezelf; dat vind ik eerlijk gezegd een legitimatie voor stom egoïsme. Het gaat niet om het opheffen van onze eigen eenzaamheid, maar de eenzaamheid van anderen. De boodschap van het evangelie is dat God zich over ons ontfermt. Ik wil een gemeenschap opbouwen waarbinnen mensen goed voor elkaar zorgen, leren wat liefde is. Daar hebben wij ook nog genoeg in te leren.”

Nieuwbolligheid, een van de kernwaarden van Stroom, is volgens de gedreven voorganger een knipoog naar de bloemetjesgordijnen uit het opa- en omatijdperk. Stroom wil niet benauwend zijn zoals de oude kerk met haar vaste protocol. “Wij willen het tegenovergestelde doen. Bijvoorbeeld Nietzsche citeren tijdens een kerkdienst, mensen van hun stuk brengen. Het geloof en jezelf durven te bevragen. Het mag niet te gezellig en comfortabel worden. Laatst kreeg ik een mailtje van iemand die vroeg of het niet wat vrolijker kon. Nee. Je kunt geen bordje omhangen met Christen erop. Nergens belooft Jezus ons een makkelijk leven. Geloven is durven te vertrouwen, durven los te laten en accepteren dat het leven niet volmaakt is.”

Buitenstaander

Ilse Leistra moet wel even nadenken over de vraag wat het geloof haar heeft gebracht. “Ik ben geloof ik minder egoïstisch geworden, pieker niet meer zoveel en heb meer vertrouwen. Ik heb toch niet alles zelf in de hand en gelukkig is er een God of engel die een beetje op me let. Voor mij is het geloof onlosmakelijk met naastenliefde verbonden. Jezus gaf om iedereen. Niet alleen om zijn eigen club. Niet dat ik me nu geroepen voel om daklozen te gaan helpen, maar ik vind het wel belangrijk om er echt voor een ander te zijn. Niet even een WhatsAppje en elkaar drie maanden niet zien.”

Leistra is de enige tafelgenoot die geen christelijke wortels heeft. Vier jaar geleden werd ze verliefd op Wilco een gereformeerde domineeszoon uit Amersfoort en werd nieuwsgierig naar zijn geloof. “Wilco heeft mij nooit gepusht. Ik wilde weten wat hem bewoog en zo ben ik me er steeds meer in gaan verdiepen. Maar het geloof blijft abstract voor mij. Sommige mensen hebben het echt ervaren. Nou ik niet. Ik geloof wel dat Jezus heeft bestaan en wonderen heeft verricht. Ik geloof ook wel in God, maar misschien ook wel omdat ik dat wil.”

In het begin bezochten ze samen zijn kerk in Amersfoort. “Daar bleef ik vooral het vriendinnetje van de zoon van de dominee. Die gemeenschap kwam op mij erg besloten en stijf over. Ik voelde me niet welkom. Stroom was het tegenovergestelde. Wel een beetje hippie-achtig, maar ik heb me nooit een vreemde gevoeld. Ik mag hier kritische vragen stellen en er wordt naar me geluisterd.”

Ze kijkt naar Wilco aan de andere kant van de tafel en zegt. “Weet je nog laatst wat we tegen elkaar zeiden toen we in Amersfoort de kerk uitliepen? Waarom zijn we hier na vijf minuten alles kwijt en blijven de verhalen van Stroom in je hoofd zitten?” Wilco Sliggers (24, bouwkundig ingenieur): “Dat hangt natuurlijk ook van de preek en de dominee af.” Leistra: “Ik vind Martijn een fijne spreker. Het zijn de verhalen van Jezus in een modern jasje. Je zult niet de geit van de ander stelen. Wie heeft er nog een geit? Ik wil horen hoe ik nú in het leven moet staan.”

Als het gaat om het integreren van haar geloof in het dagelijkse leven schippert ze tussen vrijblijvendheid en verplichting. “Ik bid wel af en toe. Ook al twijfel ik in elk gebed. En soms lees ik de bijbel, maar ik vergeet het ook heel vaak. Ik hou eerlijk gezegd niet van verplichtingen en tradities. Misschien ben ik nog iets te bang om echt christen te worden.”

Post-christendom

Ilse Leistra, met haar niet-religieuze achtergrond, vormt wel een uitzondering geeft Martijn Horsman toe. De grootste aantrekkingskracht heeft Stroom op mensen met religieuze wortels die ontkerkelijkt zijn. “Die vinden Stroom uitdagend, fris en bevrijdend en zien het als een alternatief voor de traditionele kerk waar ze zich vanaf hebben gekeerd. Mensen die nooit kerkelijk zijn geweest zijn lastiger te bereiken. Die mensen die vertrouwen je vaak voor geen meter. Ze zijn gevoed met het post-christendom en denken dat je erop uit bent om ze te beknellen. Maar er moet niks.” Die keuzevrijheid heeft ook een keerzijde, geeft hij toe. “Mensen kunnen in vrijheid voor het geloof kiezen, maar vanuit diezelfde vrijheid ook besluiten dat ze er geen zin meer in hebben.”

Het is een misverstand benadrukt de kerkplanter dat hij héél Amsterdam wil kerstenen. “Het doel is niet om koste wat kost zieltjes te winnen, maar om mensen die geïnteresseerd zijn te betrekken bij deze christelijke gemeenschap.” Terugkijkend op de afgelopen tien jaar lijkt dat aardig gelukt. De proefkerk is uitgegroeid van vier naar ruim honderd actieve betrokkenen, kan financieel bijna haar eigen broek ophouden en is dit jaar zelfstandig geworden.

Het gewaagde doel dat Stroom op haar website beschrijft – namelijk in 2015 uit drie hechte gemeenschappen bestaan – lijkt alles behalve uitzichtsloos. Naast de bioscoopkerk in Oost is er de open space in Amsterdam West; een creatieve werkplaats waar kunst en alle vormen van zingeving samenkomen. In Zuidoost organiseert de lokale tafelkring sinds kort eigen zondagse samenkomsten.

Maar of Stroom volwaardig lid kan worden van de vrijgemaakt-gereformeerde kerk is de vraag. Daarvoor lijkt de appel iets te ver van de boom te zijn gevallen en de opvattingen tussen de nieuwe en oude kerk toch te zeer van elkaar te verschillen. Het feit dat in het net gekozen vijfkoppige Stroombestuur drie vrouwen zetelen, brengt sommige bijbelvaste zusterkerken al danig in verwarring. Horsman: “We zijn nu in staat om voor onszelf te zorgen, maar ik vind het belangrijk om de verbinding te blijven zoeken met de traditie. Dat is de bron. Daar kom je vandaan. Maar we staan wel voor onze eigen aanpak. Het gaat ons niet om mannen en vrouwen, maar om mensen, om gelijkwaardigheid. We hoeven niet allemaal hetzelfde te vinden. Dát maakt een gemeenschap.”

 

Nieuwe kerken voor niet-christenen

Stroom staat niet op zichzelf. Afgelopen twintig jaar zijn er in Nederland tussen de 300 en 500 nieuwe Christelijke gemeenschappen gesticht, waarvan een kwart van start ging in de vier grote steden, zo blijkt uit het afstudeeronderzoek Nieuwe kerken in een nieuwe context van Martijn Vellekoop uit 2008. 60% van alle gemeentestichtingen heeft plaatsgevonden vanuit evangelische- en pinksterkerken. De belangrijkste motivatie voor kerkplanting is het bereiken van niet-christenen.Vernieuwing van bestaande kerken wordt door 67% van zijn respondenten onbelangrijk gevonden als motivatie voor gemeentestichting.

Ondernemerschap zonder somberheid

Stefan Paas, bijzonder hoogelaraar kerkplanting en kerkvernieuwing in een seculiere context aan de Vrije Universiteit Amsterdam en universitair docent missiologie aan de Theologische Universiteit Kampen.

“Wat ontzettend nodig is, is ondernemerschap en dat is kenmerkend voor Stroom. Niet gebukt gaan onder somberheid, maar from scratch opnieuw durven te beginnen. Zo’n stedelijke gemeenschap kan groeien en krimpen. De stad is vluchtig en mensen trekken weer verder. Maar draai het eens om: het is toch bijzonder dat in Amsterdam, de meest seculiere stad van Nederland, jonge mensen zonder de druk van hun ouders een kerk bezoeken. Misschien bereik je uiteindelijk maar een minderheid, maar als die maar vitaal en krachtig is. De vernieuwing zit vooral in de cultuur die je vormt. Low in control and high in accountability. Het gaat om een cultuur waarin mensen bereid zijn aan elkaar inzage te geven in hun leven en verantwoording af te leggen over wat ze doen, zonder dat ze daartoe ‘van bovenaf’ worden aangestuurd. Door nieuwe kerken te planten, organiseren de oude kerken hun eigen oppositie, zoals dat bij Stroom ook gebeurd is. Dat kan spanningen opleveren, maar je kunt elkaar ook bevragen en ervan leren. Van elkaar af kan altijd nog.”

 

Dit bericht was geplaatst inMijn werk, Publicaties. Bookmark the permalink. Zowel reacties als trackbacks zijn gesloten.