Puber & status

Slim + rebels = populair

Of ze nou de sportieve bink zijn of een stoere eenling die zogenaamd nergens bij hoort, ze willen allemaal hetzelfde: respect. Maar wat maakt dat de ene puber wel populair is en de andere niet? Socioloog Jan Kornelis Dijkstra deed er onderzoek naar.

» Bekijk dit artikel als PDF (342 kb)

Het valt niet mee om puber te zijn. Je lichaam krijgt groeistuipen, je gaat naar een nieuwe school en ouders zeuren aan je hoofd over de kleinste dingen. Het zijn veranderingen die je onzeker kunnen maken. Gelukkig vind je steun bij je leeftijdgenoten. tenminste, als je ‘erbij’ hoort. Maar hoe bereik je dat? Door je haar rood te verven en een tattoo op je bil te zetten? Door veel bier te drinken? Of juist door een grote mond op te zetten en zogenaamd nergens bang voor te zijn? Hoe affectie – aardig gevonden worden – en status elkaar beïnvloeden, is de kern van het promotieonderzoek van socioloog Jan Kornelis Dijkstra.

Anonieme populariteitstest

Meer dan drieduizend kinderen tussen 11 en 15 jaar liet Dijkstra op school een anonieme Idols-test afleggen. De leerlingen kregen een stuk papier met daarop alle namen van hun klasgenoten, die ze vervolgens konden nomineren door vinkjes te zetten bij vragen als: wie zijn goed in sport, wie zien er mooi uit en bij wie willen anderen graag horen? Een betrouwbare methode, volgens deGroningse onderzoeker, omdat je informatie over individuele leerlingen krijgt van alle klasgenoten. De status binnen een groep neemt tijdens de pubertijd in betekenis toe, vertelt Dijkstra. Op de basisschool wordt de omgang met andere kinderen bepaald door positieve eigenschappen. ‘Aardige, behulpzame en sociaalvaardige kinderen hebben veel vrienden. Bovendien is de roulatie ook groot. Kinderen hebben steeds nieuwe favorieten.’ Maar aan het begin van de pubertijd ontstaat er een kentering. ‘Liet je op de basisschool de antisociale kinderen nog links liggen, op de middelbare school heeft antisociaal gedrag als vechten, roken en drinken een bepaalde aantrekkingskracht. Oftewel: de Lego wordt ingeruild voor een peuk.’

Breken met de kindertijd

Een beproefde verklaring voor deze omslag is volgens Dijkstra de kloof tussen biologische en sociale volwassenheid. Criminologen noemen dat de maturity-gap. De groeistuipen worden tot ongenoegen van pubers onvoldoende vertaald in sociale verantwoordelijkheden en privi-leges. ‘Jongeren balen ervan dat ze nog als kind worden behandeld en zoeken naar alternatieve manieren om de volwassen status te benadrukken. Experimenten met drugs, alcohol en een grote mond vormen een breuk met de kindertijd.’ Pubers die daar het best in slagen vormen een rolmodel. In de sprint naar de volwassenheid lopen zij voorop, vertelt de socioloog. Vaak zijn dit ook jongeren die fysiek aantrekkelijk zijn, invloed hebben en het voortouw nemen. ‘Ze weten leeftijdgenoten aan zich te binden, maar kunnen het anderen ook behoorlijk lastig maken.’ Juist die combinatie van positieve en negatieve eigenschappen, zo blijkt uit Dijkstra’s onderzoek, versterkt de populariteit. Je bent succesvol, maar ook rebels. ‘Van iemand die er leuk uitziet en goed is in sport kunnen leeftijdgenoten meer hebben dan van een pukkelige puber die nergens in uitblinkt. Populaire kinderen kunnen zich meer permitteren.’

Verdeel-en-heerstactiek

Maar, benadrukt Dijkstra, positieve eigenschappen geven de doorslag. Fysieke agressie, roddelen of pesten zijn eerder manieren om de volwassen status te behouden dan te verwerven. ‘Zeg maar: een soort verdeel-en-heerstactiek. Vergeet niet: populaire kinderen zijn ook kwetsbaar en bang om hun positie te verliezen. Ze houden scherp in de gaten hoe anderen zich ontwikkelen. Zo kun je kwaad spreken over anderen uitleggen als zelfbehoud.’ Het lijken bijna een soort managers. ‘Het zijn kinderen die waarschijnlijk goed kunnen balanceren en veel vaardigheden hebben. Thuis helpen met de afwas en op het schoolplein een strategische tik uitdelen.’ Dat strategische denken speelt ook een rol bij de keuze voor vrienden, ontdekte Dijkstra. ‘Het is gangbaar om te denken: soort zoekt soort. Maar gelijkheid is niet altijd een reden om met elkaar om te gaan. Om vriendschappen te begrijpen kun je daarom beter naar de doelen kijken die jongeren hebben.’

Populaire pubers trekken meestal op met een paar andere populaire figuren, maar de rest van hun vrienden vormen the best of the rest. ‘Dat wil zeggen dat de hotshots vrienden zoeken, bewust of onbewust, die net iets minder knap zijn, net iets minder rebels, net iets minder goed in sport dan zijzelf. Door vrienden om je heen te verzamelen
die minder scoren, versterk je je eigen populariteit.’

Imiteren werkt niet

Populariteit is niet maakbaar, vertelt Dijkstra, en daar schuilt ook een gevaar in. Positieve aspecten van populariteit zoals aantrekkelijkheid en een atletisch lichaam zijn niet makkelijk te kopiëren. Negatief gedrag zoals roken, drinken en pesten wel. ‘Copycats die hun status proberen te vergroten door vooral stoer te doen, schieten zichzelf in de voet. Populaire kinderen zien je nog steeds niet staan en je positie binnen de groep wordt ook zwakker. Het gaat juist om die combinatie van succes en rebellie. Dus je moet nooit blind achter iemand aanlopen.’ Maar welke voorbeelden hebben populaire pubers? ‘Je ziet wel dat meer volwassen jongeren weer optrekken met oudere leerlingen. Het kan zijn dat ze hun meeste vrienden buiten de klas hebben en hun eigen klasgenoten maar kinderachtig vinden.’

‘Persoonlijkheid’

Marleen (13), 2 vmbo/ havo:
‘Er is een stoer meisje in de klas dat 14 is maar wel 18 lijkt. Als ze eruit wordt gestuurd, gaat ze er fel tegenin. Eigenlijk doet ze precies wat ze wil. Ze trekt buiten de klas met ouderen op, maar pronkt er niet mee. Ze heeft een duidelijke persoonlijkheid. Je mag haar of je mag haar niet. Ik vind haar aardig. Ik hou wel van mensen die zichzelf zijn en zich durven te uiten. Gewoon dat je je eigen stijl hebt. Als je een knalroze broek met een geel shirt vet vindt, doe je dat gewoon aan.’

‘Jezelf zijn’

Zhicago (15), 4 havo:
‘Meelopers zijn nep. Die hebben niks van zichzelf en zijn niet grappig. Sommigen kopen voor de coole kinderen snoep om erbij te horen – echt zielig. Zodra ze weglopen, wordt er over hen geroddeld, dat hebben ze niet door.’

‘Er goed uitzien’

Sam (14), 3 havo:
‘Ik denk dat je populair bent als je er goed uitziet, veel vrienden hebt en goed bent in verschillende
dingen. Als je alleen maar voor school gaat, ben je toch een beetje een nerd. Het is onzin dat je moet roken en drinken om erbij te horen. In onze klas heb je wel van die populaire meisjes met Uggs. En dan zijn er iets oudere jongens die zich uitsloven. Maar je hebt niet echt “hoog” en “laag”. Ik vind de sfeer in de klas wel goed. Leraren niet, die vinden het te druk.’

De rol van ouders

Weten ouders eigenlijk of hun kind populair is of juist niet? Dat voelen ze wel aan, denkt Dijkstra. ‘Heeft je dochter één goede vriendin of een hele groep vrienden? Is zij bijna nooit thuis en bezoekt ze drie feestjes per week? Of zit ze elke avond voor de computer of tv?’ Dijkstra merkt op dat het goed is als ouders zich bewust zijn van de negatieve kanten van populariteit. Ook populaire kinderen kunnen ontsporen. ‘Het kan geen kwaad je kind een spiegel voor te houden en te confronteren met de lange termijn.’ Een beetje cool zijn is spannend, vertelt hij, maar als dat doorschiet – steeds meer spijbelen, je ouders voorliegen – kan dat ten koste gaan van schoolprestaties. ‘Het wordt een negatieve spiraal. En dan is je zoon ineens 19 en wil wat leuks van zijn leven maken, maar komt vervolgens geen stap verder omdat hij niks van school gebakken heeft.’

Pestende meisjes zijn leuker

Populair zijn, wil trouwens niet zeggen dat je altijd door iedereen aardig wordt gevonden. ‘Leuk gevonden worden is geen doel op zichzelf.’ Zeker binnen de eigen sekse vindt er een duidelijke strijd om status plaats en kan er sprake zijn van jaloezie en afgunst. Bij de andere sekse trek je juist weer de aandacht. ‘Als je bijvoorbeeld als jongen populair bent, aantrekkelijk en stoer, val je extra op bij de meiden. Dat is tekenend voor de pubertijd. De interactie tussen jongens en meisjes begint dan toe te nemen.’

Natuurlijk nog heel voorzichtig. Maar wat volgens Dijkstra het contact bevordert, is dat je je herkent in elkaar. Zo ontdekte hij dat jongens meisjes die pesten leuker vinden dan meisjes die niet pesten. ‘Ze zijn jongensachtiger en daardoor makkelijker benaderbaar.’ Omgekeerd is het zo dat meisjes hulpvaardige jongens weer net iets aardiger vinden.

Populariteit zegt niet alles

Inmiddels is Dijkstra weer met vervolgonderzoeken bezig. Een daarvan gaat over de rol van populaire kinderen in een pestproces. ‘We hebben ontdekt dat niet zozeer de klas de norm stelt voor pestgedrag. De betrokkenheid van populaire kinderen bij het pesten bepaalt grotendeels die norm. Als die betrokkenheid er is, wordt de waardering voor het pesten minder negatief uitgelegd.’ Dat klinkt toch alsof populaire pubers de managers, directeuren, politici van de toekomst worden? ‘Dat kan,’ lacht Dijkstra. ‘Maar ze kunnen ook afglijden in negatief gedrag of figuren worden die buiten de school, in hun nieuwe studentenstad, niet meer het aanzien krijgen dat ze gewend zijn. Terwijl de grijze muizen eigenlijk heel leuke mensen blijken te zijn.’

‘Veel mensen kennen’

Eline (14), 3 vwo: ‘Ik trek op met zeven andere meisjes. Het klinkt misschien niet zo bescheiden, maar ik denk dat wij wel het populaire groepje vormen in de klas. Wij kennen de meeste mensen op school. Mijn twee beste vriendinnen zijn het meest populair. Eentje hockeyt heel hoog, waardoor ze veel mensen kent en de ander kent veel mensen via haar broers en zussen op school. We dragen wel merkkleding: Uggs en Replay enzo. Niet te tuttig. Ik hou niet van die aanstellerige meisjes. Zodra er jongens in de buurt komen, gaan ze heel nep lachen en op feesten zijn ze het eerst dronken. Als je een jongen leuk vindt, dan ga je naar hem toe om ermee te praten. Mijn vriendinnen durven dat wel.’

‘Roken en drinken’

Fatima (14), 3 havo/vwo: ‘We hebben meisjes in de klas die vooral buiten de klas populair zijn. Vraag me niet waarom. Het is een soort netwerk van scholieren die een Hyves-account hebben en elkaar krabbels en foto’s sturen. Ze laten elkaar weten dat ze een boeiend leven hebben en denken dat ze cool zijn. Ik vind Hyves gruwelijk. Je zet wat rare dingen op internet en wacht tot iemand wat aardigs zegt. Mijn vriendinnen en ik hoeven niet zo nodig op te vallen. Op het schoolplein zul je ons niet snel zien. Daar heb je alle rokende mensen. Roken en drinken zijn wel een eis om erbij te horen. Ik hou er niet van als mensen hun principes achterwege

laten om cool te zijn.’

Meer informatie

J.K. Dijkstra, Status and affection among (pre) adolescents and their relation with antisocial and prosocial behavior, 2007, Rijksuniversiteit Groningen

Dit bericht was geplaatst inMijn werk. Bookmark the permalink. Zowel reacties als trackbacks zijn gesloten.