Polder-winti

Flirten met het mysterie

De Afro-Surinaamse winti-religie is een verstopte godsdienst. In de niches van het onttoverde Nederland – buurthuizen, familiefeesten, huiskamers – vinden soms magische rituelen plaats die het westerse rationele voorstellingsvermogen overstijgen. De winti’s (goden) zijn haast onopgemerkt geïmporteerd naar Nederland, maar hoeveel invloed hebben ze nog op de reeds ingepolderde Surinamer?

» Bekijk dit artikel als PDF

Het imposante slavernijkunstwerk wordt betast, toegezongen. Er wordt gedanst, getrommeld en rum geplengd om de voorouders te eren. De ontlading is groot. Het wachten op het eigen feestje duurde veel te lang. Alleen hoogwaardigheidsbekleders, met de koningin op de eerste rij, waren getuige van de officiële onthulling. En dat op de dag van de emancipatie (1 juli 1863 is de slavernij afgeschaft). Maar in alle commotie blijft het verborgen dat het om méér gaat dan de erkenning alleen. Veel Surinamers zien het standbeeld als een plek die heilig kan worden, als een plek, die mits goed ingewijd, de voorouders rust kan geven. Sommige vrouwen omarmen het beeld innig en jammeren, alsof ze de ketens van de overledenen nog voelen knellen. Een vrouw, gekleed in een panji (omslagdoek) brabbelt in een onduidelijke taal. Af en toe rollen haar ogen weg. Haar lichaam trilt. Ze lijkt in trance te raken. De winti’s komen eraan.

Hoeveel winti-aanhangers Nederland telt is moeilijk te zeggen. Volgens bonuman (medicijnman) en gepensioneerd psychiatrisch verpleegkundige Henri Stephen houdt het grootste deel van de circa driehonderdduizend Surinamers in Nederland zich in meer of mindere mate bezig met winti-religie. Winti is volgens hem ook méér dan een religie alleen. Het is een cultuur, een levenshouding die in de Afro-Surinamer verankerd is, of je nou gelooft of niet. Winti, daar kies je niet voor, dat erf je van je voorouders.

De oorsprong van winti ligt in West-Afrika. De voorouders van de Surinaamse slaven leefden hier innig verbonden met de natuur. Ze componeerden hun eigen spirituele wereld, waarin het geloof in Anana (God de schepper) en Mama Aisa (Moeder aarde) diepgeworteld is. Daarnaast werden en worden er winti’s vereerd, die verbonden zijn met de aarde, vuur, lucht en water – de overlevingselementen – en jorka’s (geesten van de voorouders). Samen vormen ze de brug tussen de natuurlijke en bovennatuurlijke wereld. Het zijn de onzichtbare krachten. Net als wind, de letterlijke betekenis van winti, voel je ze wel, maar zie je ze niet.

Onzichtbare wereld

In café ‘de Blauwe vogel’ tegenover het station van Bergen op Zoom zit antropologe Ineke van Wetering. Zij heeft zowel in de Amsterdamse Bijlmer als in het Surinaamse binnenland onderzoek gedaan naar de Afro-Surinaamse winti-religie. In haar ogen is winti een wereldbeschouwing. “Alles wat de Surinamer bezighoudt, wordt in winti uitgebeeld: religie, filosofie, psychologie, kunst. Het is een projectiescherm. Een cultuur.”

Tegelijkertijd kan winti heel individueel beleefd worden. “Men draagt de religie in een handkoffer. Je hebt je eigen winti’s die huizen in je kra oftewel ziel. Veel emoties, intuïties kunnen opduiken als boodschappen van goden.”

Ze is gefascineerd door het geloof in de andere werkelijkheid. “Als jij Surinaams was geweest en dit café was binnengelopen, had je waarschijnlijk eerst de wezens begroet in de ruimte, dan pas mij”, vertelt ze. “Alles heeft een andere kant in winti en overal zijn onzichtbare krachten aanwezig.” Dat biedt steun, meent Van Wetering. “Het helpt bij het verklaren van sommige problemen en angsten, waar mensen machteloos tegenover staan, en is daarom een houvast in een onzeker migrantenbestaan.”

De antropologe vindt het moeilijk in te schatten hoe groot de omvang en daarmee de invloed van winti-religie in Nederland is. Er zijn volgens haar maar weinig Surinamers die openlijk voor hun winti-geloof uitkomen. Sommigen zijn bang voor gek verklaard te worden in het onttoverde Nederland. Het culturele kapitaal van de familie moet bovendien gekoesterd worden. Je loopt niet te koop met familiegeheimen en intieme problemen. Mensen zijn bang voor roddel en zwarte magie. Maar wat misschien wel de grootste rol speelt voor de verheimelijking van winti, is in haar ogen schaamte.

“Tot 1971 was het verboden om in Suriname winti te belijden. De koloniale bezetter heeft het verketterd, afgeschilderd als een primitieve heidense godsdienst. Hij had geen enkel respect voor deze schriftloze religie en was bovendien bang voor groepsvorming onder de slaven en een eventuele opstand. Zo werd winti een geheime godsdienst.”

Ondanks de herwaardering van het Surinaamse culturele erfgoed werkt winti bij sommige Surinamers nog steeds als een rode lap op een stier. Dat komt, meent Van Wetering, omdat winti ook sociaal gekoppeld is. “Lagere strata doen er wel aan, maar de succesvolle, westerse elite wil er niks van weten. Ze horen bij de kerk, of zijn atheïst. De grote grijze middengroep is vaak wel vertrouwd met winti, maar toont een ambivalente houding. Ze kan er gevoelig voor zijn, maar praat er liever niet over. Sommige jongeren herinneren zich bijvoorbeeld oma met de kalebas die in een mooi gewaad een kruidenbad prepareert. Dat vertedert ze, maar dat heet geen winti. Dat zijn huisdingen. Winti heeft de geur van kwaaie zaken uit het verleden. Een vloek die over de familie kan rusten. Het riekt naar het a-sociale, naar zwarte magie. Daar heb je het niet over.”

Polder-winti

Het uitdragen van winti in Nederland heeft nog een vrij jonge geschiedenis van ongeveer vijfentwintig jaar. De vraag is dan ook of de geïmporteerde winti’s zich thuis voelen in het koude, natte Nederland. In hoeverre bestaat er polder-winti? Volgens de antropologe is daar niet echt sprake van. Men houdt het cultuurgoed vooral levend in Nederland. De tradities worden geconserveerd en nauwelijks veranderd of aangepast. In Nederland doe je hooguit tussenrituelen ter voorbereiding op het échte ritueel in Suriname. Op vakantie gaan, staat vaak ook synoniem voor het uitvoeren van rituelen op de plantages. “Het kost een paar centen, maar het helpt je zoon wel van zijn drugsverslaving af, zo wordt er gedacht.”

Het verlangen naar Suriname vindt Van Wetering niet vreemd. “De beleving van een natuurgodsdienst is intenser op een plantage tijdens een warme tropennacht dan op tien hoog in een flat. Dansen op aarde maakt meer los in mensen dan dansen op beton in een buurthuis. De winti-belevenis in Nederland ervaren veel Surinamers als tweederangs.” Ook bonuman Stephen geeft toe dat de natuur spiritueler geladen is dan de stedelijke omgeving.

 

Maar er woedt volgens Van Wetering binnen de Afro-Surinaamse gemeenschap wel een strijd om de winti-rituelen iets meer te liberaliseren. “Men praat bijvoorbeeld over het omdopen van groenten, zoals andijvie, om in Nederland te gebruiken voor rituelen. Maar de orthodoxen houden een hoop tegen. Ook jongeren zijn niet in de positie om winti te vernieuwen, omdat de ouderen bepalen wat winti is.”

 

De Surinaamse cabaretière Jetty Mathurin is van mening dat winti óveral is, ook in Nederland. “Ze betreurt het dat sommige winti-aanhangers er een dubbele moraal op na houden in hun winti-beleving en stelt dat aan de kaak in haar theatrale ‘workshop’ Winti voor de lage landen. “Winti is voor mij onlosmakelijk verbonden met respect voor alles wat leeft; respect voor God, voorouders en je omgeving. Winti betekent voor mij reinheid. Ik kan niet begrijpen dat mensen van drie hoog luiers naar beneden gooien en op deze vuilnisbelt winti-rituelen uitvoeren. Vind je het gek dat je je slecht voelt? Moeder aarde is overal, niet alleen in Suriname. Mensen moeten inzien dat ze in Nederland ook zichzelf kunnen zijn.”

Bonuman

De denkwereld die bij winti hoort, is boeiend, maar complex. Alle winti’s en sub-winti’s kennen hun eigen kruiden, symbolen, geheime rituelen, bezweringen en plechtigheden. Ze worden vereerd met gebedsrituelen, offerandes, kruidenbaden en erediensten (wintiprey) – rituelen die gebonden zijn aan strikte regels. Te veel zelf aanrommelen, is daarom volgens Stephen te riskant. “Als je iets niet volgens de traditie doet, kun je een ziekte krijgen, zelfs gek worden.”

Dit verklaart de cruciale rol van de bonuman binnen de winti-gemeenschap, die optreedt als raadsman, priester, genezer, helderziende en leraar. De medicijnman erft zijn gaven van zijn overleden voorouders, maar soms is er ook sprake van een natuurlijk talent.

De specialisaties die Henri Stephen heeft meegekregen zijn diagnostiek, het genezen van eenvoudige aandoeningen en het gunstig stemmen van winti’s. Aan het vaststellen van geheimzinnige spirituele ziektes heeft hij echter geen dagtaak. Veel mensen blijken eerder te kampen met psychische problemen of zien té snel spoken. “Ik was laatst bij een man, die last had van spierkrampen in zijn nek en dacht getreiterd te worden door een boze geest. Maar toen ik de bijsluiter van zijn medicijnen las, werd al snel duidelijk waar de klachten vandaan kwamen.”

Als er wel sprake is van een spirituele ziekte dient er secuur gewerkt te worden. Stephen noemt fyo-fyo als voorbeeld van een veelvoorkomende magische ziekte, veroorzaakt door ruzie en familievetes. De vooroudervloek kan de persoon in kwestie – vaak kinderen of aanstaande moeders – nachtmerries, een opgezwollen buik en diaree bezorgen. Voor de verdrijving van de aandoening kan een kruidenbad geprepareerd worden. Stephen – meestal erg behoedzaam in het prijsgeven van details – wijst erop dat de bonuman onder meer water uit de kalebas in zijn mond moet nemen en dat van boven naar beneden, tot driemaal toe, moet uitblazen over de patiënt. Tegelijkertijd spreekt hij rituele formuleringen uit om de disharmonie in het gezin weer goed te praten en de fjo-fjo uit te drijven.

Plagende goden

In tegenstelling tot de complexe voorstellingswereld van winti, en de strenge voorschriften bij rituelen, zijn de leefregels van deze religie niet zo ingewikkeld. Er bestaat geen ‘winti-synode’ schrijft Stephen in zijn onlangs verschenen boek ‘Winti’. De toepassingen zijn volgens hem volstrekt natuurlijk en intuïtief. Iedereen is vrij zijn eigen emotie vorm te geven.

In de praktijk komt het er vaak op neer dat zo lang alles goed gaat, je niets hoeft te doen, vertelt Ineke van Wetering. “Pas als de goden je plagen – je wordt overvallen door ziekte of pech – en je staat machteloos, dan kijk je naar de andere kant en wordt het tijd voor een ritueel, een oplossing.”

Stephen erkent dat winti verschillend wordt beleefd. “Er zijn Surinamers die thuis een winti-altaar hebben en anderen die alleen bij problemen een winti-priester benaderen.”

Jetty Mathurin vindt het jammer dat sommige winti-aanhangers té makkelijk hun problemen op winti afschuiven. “Het leven houdt niet op bij winti-rituelen. Je bent ook de manager van je eigen leven. Als het niet goed gaat op je werk, durf dan ook de hand in eigen boezem te steken. Neem je verantwoordelijkheid in plaats van alles te wijten aan de vloek van een voorouder. God ziet je voor vol aan.”

Bonuman Henri Stephen onderkent dit probleem, maar wijt het niet aan gemakzucht. “Het is vaak angst en de onwetendheid om een regulier probleem van een spiritueel probleem te scheiden.”

Winti heeft echter ook vrolijke kanten. Er is geen vaste kalender, maar er vinden jaarlijks reinigingsrituelen, dankbaarheidsfeesten en winti-erediensten plaats. Ook zijn er informele familiemomenten, waarop winti naar binnen wordt gesmokkeld. Vaak gebeurt dat op verjaardagsfeestjes. Van Wetering: “Het begint met wereldse dansmuziek en geleidelijk komt de winti-muziek erdoor. Mensen raken in trance en de familiegodin Moeder Aarde wordt geëerd. Dat gebeurt enerzijds met een knipoog, maar ondertussen wordt er met het mysterie geflirt.”

Duivels

Griezelige verhalen over pakketjes met bloed, nagels en schaamhaar, poppen gespietst door naalden en duistere vloeken verbannen winti vaak naar een geheimzinnige schaduwwereld. Onterecht vindt Stephen. “Gestoorden heb je altijd. Ze maken misbruik van winti en houden zich niet aan de strenge regels waar de rituelen aan gebonden zijn. Maar ze zullen zwaar gestraft worden, niet in de laatste plaats door de winti’s zelf.”

Magie is in alle religies aanwezig, meent de bonuman. “Maar soms is het weggeborgen, heeft het een geheime plek uit angst voor de duivelse aspecten.”

Bang voor zwarte magie is hij niet. “Ik doe geen mens kwaad, dus waarom zou iemand mij kwaad doen?” Maar hij erkent dat er zwarte magiërs (wisi-mannen) zijn die op verzoek een banvloek over iemand kunnen uitspreken. Onrust, slaapstoornissen, koorts en hallucinaties kunnen het gevolg zijn. “Met rituelen en baden kun je de vloek weer opheffen”, vertelt de bonuman. Maar dieper gaat hij niet op de kwestie in uit angst gevoelige informatie prijs te geven waar “gekke mensen” misbruik van kunnen maken.

Jetty Mathurin erkent ook dat er veel is dat ze niet kan verklaren. “Alles moet uitgelegd worden tegenwoordig. Maar er is meer tussen neus en lippen. Er zijn méér zintuigen om dingen mee op te vangen.”

Ineke van Wetering denkt dat goden realiteiten zijn, maar realiteiten die voortkomen uit de mens. “Mensen zijn vertrouwd met bepaalde beelden, dromen. Ze zijn er mee opgegroeid. Het is hun werkelijkheid en die is heel sociaal bepaald. Ik begrijp dat plotselinge ingevingen die voortkomen uit het onderbewuste het geloof in magie versterken. Sommige aanhangers geloven ook in sterke verhalen, mirakels. Als wetenschapper ben je geneigd om te letten op de meer profane zaken, dat is ook onze plicht. Maar er bestáát telepathie. Wie ben ik om te zeggen dat dat absoluut niet kan. Daar ligt mijn grens. Ik heb wel het vermoeden dat wij niet overzien wat er allemaal in onszelf leeft.”

Winti ’s

De belangrijkste winti’s zijn verbonden met de elementen aarde, lucht en water. De slangengeesten (Fodoe), behoren tot de machtigste winti’s en zijn het symbool van standvastigheid, eeuwigheid en vruchtbaarheid. Zij wonen samen met Aisa (moeder aarde) en behoren tot de goden van het Aarde-panteon. De winti’s van het luchtruim (Kromanti), de vliegende geesten, symboliseren verandering, vluchtigheid en wijsheid. De watergeesten –veelal Indiaanse goden – vormen het symbool van loutering, reinheid, leven en verbinding. Deze opperwinti’s bewonen niet als enigen het geestenrijk. Er is een fijnvertakt netwerk van sub-goden.

Tussen de goden en mensen is contact. Elke familie of stam kent zijn eigen winti. En elke persoon wordt geboren met een aantal winti’s die in een droom of tranche aan hem of haar worden geopenbaard. Vaak gaat men hierbij uit van een driedeling. In de menselijke ziel wonen twee goede geesten – een god en godin – en een slechte geest, een demon, die wordt voorgesteld als een stout jongetje.

De winti’s in jezelf beschermen je, helpen je, zijn altijd om je of in je en beïnvloeden je karakter. Net als bij een partner moet je ze ook tevreden stellen en eren. Doe je dat niet en overtreed je bepaalde taboes dan kunnen je winti’s je straffen met bijvoorbeeld een spirituele ziekte. Het religieus ideaal is om in harmonie te leven met alle krachten en machten in de ziel.

Bronnen:

Henri Stephen, Winti (2002)

Henri Stephen, Winti, Afro-Surinaamse religie en magische rituelen in Suriname en Nederland (1998)

M. Kuiperbak, ‘Een demon in de stortkoker’, Sociologische Gids (nr. 3-4, 1989)

Dit bericht was geplaatst inMijn werk and tagged . Bookmark the permalink. Zowel reacties als trackbacks zijn gesloten.