Oekraïne; Terug in de Tijd

Sinds de Europese voetbalkampioenschappen staat een van de grootste en tegelijkertijd meest onbekende landen van Europa in de schijnwerpers. En niet altijd even positief. Maar wat weten we nou eigenlijk van deze voormalige Sovjet-staat en waarom is het wél de moeite waard? Katja Kreukels reisde met de trein naar Lviv, Kiev, Odessa, Simferopol, Jalta en zocht het uit.

Op perron 11 van het hypermoderne Berlijnse Hauptbahnhof is al voelbaar dat reizen naar Oost-Europa reizen terug in de tijd betekent. Er staan mannen met snorren gekleed in iets te ruim gemeten nepleren jassen en geblondeerde vrouwen in rokken tot over de knie. De conductrice wijst, bij wijze van welkom, nors naar de deur, nadat ze het pakket treinkaartjes met een onbegrijpelijke blik heeft doorgebladerd. Ze spreekt geen woord over de grens. Eenmaal in de grote blauwe Russische trein blijft de rolkoffer meteen hangen aan een dweil die als een soort loper over het tapijt is uitgerold in een smalle gang. Uit de coupés komen onverstaanbare Slavische klanken.

Terwijl de trein begint te rollen, werp ik langs de rode gordijntjes nog een laatste blik naar buiten en neem afscheid van het Westen. Oekraïne betekent letterlijk grensland. Een toepasselijke naam voor deze kolossale lap (603.700 km2) die Europa met Rusland en het Slavische achterland verbindt, de drempel vormt naar Azië en in het zuiden uitloopt in de Zwarte Zee. Een land dat balanceert op de grens van stilstand en modernisering. Zware economische klappen en politieke onrust zorgen ervoor dat Oekraïne niet bepaald voorop loopt in de vaart der volkeren sinds de onafhankelijkheid in 1991. Maar er is ook goed nieuws. Dankzij de Europese Kampioenschappen is er flink geïnvesteerd in stadscentra en openbaar vervoer, zijn de met kraters bedekte autowegen opgeknapt en ploppen de eerste toeristeninformatiecentra uit de grond. De rode loper voor toeristen is uitgerold, terwijl de prijzen voor eten en drank nog steeds bijzonder laag zijn (voor 20 euro per dag hoef je geen honger lijden).

Sushi en wijn

In Lviv is dat al zichtbaar. Enkele café’s zien er zo netjes uit, voorzien van airco en met in wit gestoken personeel, dat ik me afvraag of het wel aan de voetbalfan is besteed. Die komt toch voor worst en bier en niet voor sushi en wijn? Maar ook los van deze schoonheidsbehandeling zal de West-Europese bezoeker in deze stad geen cultuurshock ondergaan. Van alle Oekraïnese steden heeft Lviv de minste Sovjet-uitstraling. Aan de westkant van de Dnjepr lieten De Polen en later de Habsburgers hun sporen achter en heeft Rusland nooit echt een voet aan de grond gekregen.

Niet voor niets staat het historische centrum op Unesco’s World Heritage-lijst. De romantische neo-klassieke architectuur in de binnenstad, de koffiehuizen aan de pleinen en de chocoladewinkels doen vertrouwd Europees aan. Bijna als een soort openluchtmuseum, maar dan met oude trams en rammelende trolleybussen en zonder souvenirwinkels.

Voor een aandenken kun je het beste struinen over een van de vele kleine rommelmarkten waar rokende mannen Sovjet-speldjes, grote legerpetten, koelkastmagneten en T-shirts met Lenin erop verkopen. Onderhandelen over de prijs, wat aan te bevelen is, gaat het beste met een bloknootje. 100 Hryvnya is ongeveer 1 euro. Oekraïens, de voertaal in dit deel van Oekraïne, is namelijk net zo moeilijk te verstaan als het Russisch dat meer in het Oosten en Zuiden gesproken wordt. Een taalgidsje in combinatie met overtuigend handen- en voetenwerk is geen overbodige luxe.

Behulpzaam

Maar geen zorgen, je wordt als toerist zelden aan je lot overgelaten. De meeste Oekraïners die niet in de publieke dienstverlening werken, zijn erg behulpzaam en vriendelijk. Ze lopen hele stukken met je mee om je de weg te wijzen, dragen je koffer en bieden je in treincoupés en op parkbankjes plakken kaas en kersen aan.

De als hartstochtelijk bekend staande Oekraïner komt in Lviv eerder gemoedelijk over. Zeker op deze zondagavond hangt er een aangename loomheid in het centrum, waar Prospekt Svobody (de Vrijheidslaan), het langgerekte midden van vormt. Een groot kerkkoor opgesteld voor een nationalistisch monument zingt uit volle borst terwijl iets verder op de promenade kinderen in elektrische autootjes rondrijden en bewoners langs kraampjes met ambachtelijke snuisterijen kuieren. Niemand heeft haast. Later op de avond gaat ondanks de gedaalde temperatuur het straatleven rustig verder. Dansliefhebbers wagen zich aan de tango. Gewoon buiten op straat. Onder het licht van lantaarnpalen trekken paren hun sierlijke cirkels.

Collectieve radio

De roes wordt verbroken door de wekker die een dag later onverbiddelijk om half 6 afgaat. Gelukkig hoeft er vandaag geen stap verzet te worden. De reis per slaaptrein naar hoofdstad Kiev duurt tien uur. Wat aanvankelijk een beetje onwennig was – overdag reizen in een bed – blijkt al snel comfortabel te zijn. Volg het voorbeeld van de Oekraïner die door de grote reisafstanden gewend is om te wonen in het openbaar vervoer. Parkeer je koffer, trek een soepel zittend treinpak aan met bijbehorende slofjes, tap op de gang heet water voor een kop thee, pak een boek en kruip onder de wollen deken. De enige mogelijke stoorzender is die van de reiziger met minder zitvlees die op de gang de collectieve radio op discovolume zet. Zelfs met iPod-oortjes kun je je hier niet tegen wapenen.

In de vroege avond rolt de trein de grootste stad van het land binnen – met bijna drie miljoen inwoners – die net als Rome is gebouwd op zeven heuvels en ligt aan weerszijden van de rivier de Dnjepr. Terwijl de taxi zich een weg probeert te banen door het druktoeterende verkeer trekken glazen hoteltorens, patserige appartementencomplexen, Sovjet-paleizen en metersgrote reclameborden voorbij. Dit is een héél grote stad. Zo’n stad waar de kruispunten zo onoverzichtelijk zijn dat voetgangers voor hun eigen veiligheid onder de grond naar de andere kant worden geloodst.

Gouden koepels

Maar een dag later blijkt dat op de 1,5 kilometer lange en zeer brede hoofdstraat Vul Khreshchatyk genoeg ruimte is om te paraderen wat tijdens de communistische hoogtijdagen ook volop gebeurde. Na de Tweede Wereldoorlog is deze platgebombardeerde boulevard door de Russen helemaal opnieuw opgetrokken in Stalinistische stijl. Bijna aan het eind ligt Maidan Nezalezhnosti (Plein van de Vrijheid), bekend van de Oranje Revolutie in december 2004. In de bittere kou stonden Oekraïners schouder aan schouder om zich sterk te maken voor politieke vernieuwing in hun jonge democratie. Maar de vooruitgangsgezinde Joesjtsjenko loste zijn beloftes niet in en maakte in 2010 plaats voor zijn aartsrivaal de pro-Russische Janoekovitsj. De bevolking keek gedesillusioneerd toe.

Het geloof in de politiek werd er niet beter op, maar wel het geloof in God dat na de ineenstorting van de Sovjet-Unie op een enorme revival kon rekenen. Tussen alle hoogbouw door verrijzen steeds meer glimmende gouden koepels van de Oekraïense orthodoxe kerk. De moederkerk is zonder enige twijfel de middeleeuwse Sint-Sophia Kathedraal. De oudste van de stad, van vloer tot plafond bedekt met bonte mozaïeken en opmerkelijk precies geschilderde fresco’s die teruggaan tot 1017.

De meest levendige religieuze plek is het kloostercomplex Petsjersk Lavra, het belangrijkste centrum van de orthodoxen in de Slavische wereld, gelegen in de beboste heuvels van de stad. Pelgrims – te herkennen aan lange baarden en hoofddoeken – lopen af en aan tussen de kerken, kapellen en klokkentorens van hun Mekka. Een van de meest macabere plekken om aan te sluiten in de orthodoxe stoet, wordt gevormd door de ondergrondse graven van hun heilige voorvaders. Gemummificeerde monniken liggen hier opgebaard in de nissen van een nauw en donker gangenstelsel. Alleen kaarslicht is toegestaan. Schuifelend loop ik achter mijn biddende voorgangers aan die voortdurend kruistekens slaan en elke glazen kist onder kussen bedelven.

Uitbundigheid

Een zekere emotionele uitbundigheid is de Oekraïner niet vreemd. Dat is ook te proeven in het roemruchte Odessa, een nachttreinreis naar het zuiden verder. Weliswaar op een heel ander vlak. In dit decadente horecaparadijs wordt non-stop feestgevierd. Overdag worden in groenomzoomde promenades bruidsparen gefotografeerd, ongehinderd door de straatmuzikant die zijn elektrische gitaar stemt en niet veel later luidkeels begint te zingen. ’s Avonds neemt het flaneren, tortelen en flirten nog veel serieuzere vormen aan. Hooggehakte dames in diep uitgesneden avondjurken lopen in de opgepompte sportschoolarmen van hun aanbidders. Klaar voor bubbels, kaviaar en disco.

Odessa is ook een van de weinige steden waar het alomtegenwoordige oude gebochelde vrouwtje dat tomaten verkoopt om haar pensioen bij elkaar te sprokkelen haast niet te zien is. Maar om nou te spreken van een chique en stijlvolle stad, nee. De droom van stichtster Catharine de Grote was dat Odessa het Sint-Petersburg van het zuiden zou worden. Haar geliefde generaal Grygory Potemkin, naar wie de beroemde trappen naar de haven zijn genoemd, maakte de weg voor haar vrij. Hij veroverde een Turks fort in 1789 en daarmee de omringende grond aan de Zwarte Zee. Toen de haven in 1815 belastingvrij werd, groeide Catherina’s neo-klassieke parel uit tot een vrijhaven voor gelukszoekers, criminelen en vluchtelingen, onder wie de beroemde Russische dichter en casanova Alexander Poesjkin die door zijn radicale ideeën in 1823 uit Rusland werd gezet door de tsjaar. Maar na dertien maanden moest hij Odessa ook weer verlaten; een spoor van affaires met getrouwde vrouwen en gebroken harten achter zich latend.

Trolley

De laatste etappe van de reis gaat naar het Oekraïense schiereiland Krim dat met zijn gebergte (met toppen die een hoogte van 1545 bereiken), wijnvelden en mediterrane kuststrook een vakantieparadijs is voor Russen en Oekraïners. De liefhebber van oude geschiedenis kan helemaal losgaan in de ruïnes van Griekse nederzettingen, middeleeuwse forten en residenties van de Tataarse khanen. Van station Simpferopol, de hoofdstad van de Krim, naar badplaats Jalta gaat de reis verder in een oude trolley, volgepakt met mensen en plastic tassen. Weet dat er ook gewone lijnbussen zijn die geen stops maken en twee keer zo snel zijn. Maar dan kun je niet aan het thuisfront vertellen dat je het langste trolleybus-traject ter wereld hebt afgelegd; 87 kilometer. Pas na drie uur komt het einde in zicht en cirkelt de bus met bovenleiding in ruime lussen naar beneden richting de Zwarte Zee, naar de badplaats waar het altijd kermis is.

Op de boulevard van Jalta flaneren toeristen haast 24 uur per dag en laten zich fotograferen in hun ultieme wensdroom: poserend in een stoer motorjack op een Harley of gekleed in de allermooiste Sissi-jurk op een troon waar de oude tsaren hun vingers bij zouden aflikken. Oekraïense toeristen lijken dol op alles wat wij doorgaans voor kitsch verslijten. Ze houden niet alleen van karaoke, ze houden van het zingen van Modern Talking tijdens de karaoke. Zeker na zonsondergang schittert de boulevard van de fluorescerende  lampjes van kermisattracties en struikel je om de meter wel over een straatartiest met een sterrenkijker, een aapje of een Chinese lampion die je voorzien van een wens de sterrenhemel in kunt sturen – als de wind goed staat.

Voordat de commercie in de jaren negentig vat op de badplaats kreeg, dankte Jalta zijn roem aan de gezonde lucht. Een mengeling van zee-, naaldbos en koele berglucht waar de Russische aristocraten in de negentiende eeuw hun longen mee volzogen. In oudere hogergelegen gedeeltes van de kuurplaats zijn nog wel sporen van die oude grandeur te vinden. Een bezoek aan de witte datsja van toneelschrijver Anton Tsjechov prikkelt de verbeelding voldoende om hem met bevriende schrijvers Gorki en Tolstoi in de tuinkamer een pijp te zien roken. Maar ook een boottocht lang de kust laat de aantrekkingskracht van Jalta op rijke Russsen zien. Een van de meest bekende paleizen die opduiken in het groen is het Livadia-paleis waar de Jalta-conferentie plaatsvond. Wereldleiders Churchill, Roosevelt en Stalin zaten hier in 1945 aan tafel en verdeelden het naoorlogse Europa in een westers en Sovjetsmachtsblok.

Met zesduizend treinkilometers op de teller gaat de reis terug van Oost naar West. Mijn buik zit vol worst, deegwaren en horilka (Oekraïens voor vodka) en mijn hoofd vol bijzondere herinneringen aan een land dat balanceert tussen de Trabant en de stretched limo, de tomatenomaatjes en de glimmende pakken, ouderwetse hartelijkheid en nieuwe zakelijkheid. En er valt nog zoveel te zien. Vooral buiten de steden. Misschien is de ziel van Oekraïne nog wel meer te vinden op het platteland. In boerendorpen waar de tijd nog echt stil staat en mensen ondanks hun dubieuze leiders en rampspoed altijd hebben weten te overleven.

Tips

Het voorwerk van deze treinreis is gedaan door de treinreiswinkel: http://www.treinreiswinkel.nl/treinrondreizen/oost_europa/treinrondreis_oekraine

Maar de echte avonturier kan ook vanuit Nederland naar Lviv of Kiev vliegen en vanaf daar in de trein stappen. Bussen zijn er voor de kortere en interregionale afstanden. Reizen met het OV is het goedkoopst en gezien de staat van sommige autowegen ook het veiligst. Voor een busreis van 2 uur betaal je niet meer dan 2 euro.

Een lokale sim-kaart, op straat en in kiosken te koop, kan gebruikt worden in een Europese telefoon en maakt het bellen ter plekke een stuk goedkoper.

Pinautomaten zijn op steeds meer plekken te vinden. Een creditcard wordt alleen geaccepteerd in de wat beter uigeruste modernere horeca.

Zorg altijd voor genoeg zakdoekjes op zak en hygenische doekjes. Sommige publieke toiletten, niet meer dan een gat in de grond, zijn te smerig voor woorden.

De traditionele Oekraïense keuken is hartig, stevig en erg smakelijk. Ook voor mensen die niet van bietensoep (Borsjt) en salade met haring houden, is er genoeg keuze. Probeer de Varenyky, een soort dumplings verkrijgbaar in meer dan vijftige verschillende vlees en vega- varianten, de aardappelpannenkoeken of crèpes gevuld met crème fraîche, groenten en vlees. In de Krim staat de menukaart onder Tataarse invloed. Mis niet de shaslick met lamsvlees, de extra grote dumplings gevuld met schapenvlees (Manty) en de met rijst en vlees opgevulde groene paprika (Dolma). In de steden is het ook geen enkel probleem om een pizza, BigMac of een biefstuk met pepersaus te vinden. De prijzen zijn dan ook meteen een stuk West-Europeser. Dat geldt ook voor het internationale bier.

 

Lees dit verhaal als PDF

Dit bericht was geplaatst inMijn werk, Publicaties. Bookmark the permalink. Zowel reacties als trackbacks zijn gesloten.