De stenen droom van Westerman

De Artis Bibliotheek huisvest een prachtige natuurhistorische collectie, die sinds de ontdekking van het DNA in de vergetelheid is geraakt. Na jaren van rust en ‘deftige armoede’ moeten de deuren straks weer wijd open voor het grote publiek.

Voor een gebouw waar zich een van de belangrijkste natuurhistorische collecties ter wereld bevindt, valt de negentiende-eeuwse Artis Bibliotheek nauwelijks op. Zelfs de overburen ontdekten de galerijbibliotheek aan Plantage Middenlaan 45 pas tijdens Open Monumentendag vorig jaar.

Het is ook niet de buitenkant die imponeert. De gevels van het langgerekte gebouw zijn weliswaar versierd met dierenreliëfs, maar de uitstraling is ingetogen. ‘Eenvoud en waarheid kenmerken deze arbeid’, zo is te lezen in het Artis-jaarboekje van 1868 over het ontwerp van architect G.B. Salm. Je fietst er zo langs. Het is de binnenkant waardoor je als bezoeker even met je ogen knippert. De negentiende-eeuwse leeszaal met twee verdiepingen aan historische boekruggen, op grootte gesorteerd, is waarschijnlijk het best bewaarde geheim van de Plantagebuurt. Zodra je de trap opklimt, treed je binnen in het rijk van wereldberoemde biologen die barre zeetochten ondernamen om voor het eerst in de geschiedenis het planten- en dierenrijk systematisch in kaart te brengen. ‘Administrateurs van God’, noemt conservator Piet Verkruijsse de pioniers.

De wat deftig aandoende bibliothecaris, gestoken in tweedelig grijs, past naadloos bij het negentiendeeeuwse interieur van de bibliotheek. Ook al is hij niet het type dat witte stoffen handschoentjes draagt om de bladen om te slaan. ‘Ik wil de dikte en stijfheid van het papier voelen.’ Van zijn kantoor heeft hij een perfecte stijlkamer gemaakt met als blikvanger de driedelige boekenkast met Linnaeana, een van de meest bijzondere collecties ter wereld, opgesteld tegenover zijn bureau. Een pronkstuk is een zeldzame eerste editie van Systema Naturae uit 1735 waarin de Zweedse onderzoeker de walvissen nog bij de vissen rekende. Curiosa als de hoge zwarte hoed en wandelstok van dierkundige Max Weber versterken de museale uitstraling. ‘Een schenking,’ aldus Verkruijsse. ‘Net als Webers archief van zijn expeditie met stoomschip Siboga naar Nederlands Oost-Indië.’

DNA

Hoe kostbaar en zeldzaam de negentiende-eeuwse collectie ook is, wetenschappelijk is hij verouderd. Sinds de ontdekking van het DNA lezen biologen en zoölogen deze boeken nauwelijks meer. De Artis Bibliotheek is de afgelopen vijftig jaar steeds meer de schatkamer geworden voor kunsthistorici, boekwetenschappers en onderzoekers van de geschiedenis der natuurwetenschappen.

Daarom is het ook niet zo vreemd dat een boekwetenschapper de ambitieuze opdracht van de UvA heeft gekregen om van deze wat verborgen plek een museale onderzoeksbibliotheek te maken, toegankelijk voor een breder publiek, te huur voor presentaties en vergaderingen. De toekomstige restauratiekosten van het gebouw moeten wel worden terugverdiend, legt de conservator uit, die zijn opdracht volkomen begrepen heeft. De restauratie is niet mis. Verkruijsse: ‘Het hele gebouw moet opnieuw onderstut worden. De vloer is niet meer berekend op het aantal kasten dat er in de loop der tijd is bijgekomen. De klimaatbeheersing wordt verbeterd. En heb je de scheuren gezien in de muur aan de voorkant?’

Japanse prins

Iets meer naamsbekendheid begint de Artis Bibliotheek al te krijgen, vertelt Verkruijsse trots. ‘Tijdens het Linneaus-jaar hadden we busladingen vol met Zweden over de vloer en een paar maanden terug is de Japanse prins na een rondleiding door Artis even op bezoek geweest. Hij bleek biologie te hebben gestudeerd in Oxford en heeft zich gespecialiseerd in kippen. De prins was erg enthousiast. We grossieren in papieren dieren. Alleen al ons prentenkabinet Iconographia Zoologica bestaat uit 80.000 deels met de hand ingekleurde prenten van aaibare en minder aaibare soorten.’

Het ontstaan van de collectie gaat terug naar het jaar 1838 toen het Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra werd opgericht door ambitieuze Amsterdamse burgers. Het genootschap bouwde een die rentuin, museum en later een bibliotheek. Niet ter vermaak. Alleen al het Latijnse motto van het genootschap, de natuur is de leermeesteres van de kunst en wetenschap, staat voor een enorme drang naar kennisvermeerdering. Piet Verkruijsse heeft sinds zijn aantreden in 2006 steeds meer bewondering gekregen voor de daadkracht van de Amsterdamse burgerij. ‘Het historisch besef was in die tijd enorm. Net als de diepgewortelde culturele interesse. De elite wilde álles verzamelen, vastleggen en vervolgens overdragen. Kijk naar de bontgekleurde folianten waarin dieren op ware grootte werden afgebeeld. Kosten noch moeite werden gespaard.’

Sterk water

G.F. Westerman was een van de oprichters van het genootschap. De drukker, uitgever en vogelliefhebber, maakte zich sterk voor de wetenschappelijke boeken- en tijdschriftencollectie van Artis. Hij was niet alleen het toonbeeld van de verlichte burger, maar ook de eerste echte directeur van Artis. Zijn voorganger Rijndert Draak werd in 1840 ontslagen wegens incompetent gedrag. Volgens de overlevering was hij regelmatig dronken van het sterke water waarin dode dieren werden geconserveerd.

De boekerij van Westerman zwierf in de begindagen nog over het terrein van de dierentuin. Door schenkingen en aankopen op veilingen bleef de collectie groeien. Verkruijsse: ‘Hij kende alle belangrijke Amsterdamse families en had een groot internationaal netwerk.’ Toen het laatste gebouw op de plek van het latere kleine zoogdierenhuis te vochtig werd, kreeg bouwmeester Salm de opdracht een echte bibliotheek te ontwerpen. In 1868 kwam Westermans stenen droom uit.

Het waren de ‘geheimzinnige jaren dertig’, vertelt bijzonder hoogleraar cultuur, landschap en natuur Erik de Jong. Hij bekleedt sinds kort de Artisleerstoel aan de UvA, waarvoor het historische motto van de dierentuin als uitgangspunt dient. De Jong: ‘Het Concertgebouw en het Rijksmuseum bestonden nog niet. Artis, in de begindagen een besloten sociëteit, was dé ontmoetingsplek voor de leergierige burgerij. De elite kwam voor lezingen, discussies en de stadstuin, waar ze in conversatie verwikkeld over de slingerpaden wandelde. Er werden ook regelmatig kunstenaars uitgenodigd om de Artis-dieren in brons of op papier te vereeuwigen.’

In 1939 zat de hoofdstedelijke burgerij minder goed in de slappe was en dreigde Artis de boel te moeten sluiten; Westerman was inmiddels overleden. De dieren mochten blijven, maar de gebouwen en verzamelingen werden aan de gemeente Amsterdam verkocht om het faillissement af te wenden. Deze droeg alle collecties over aan de universiteit.

Waakhond

Volgens oud-conservator Florence Pieters zag het genootschap zijn bloei tot het eind van de negentiende eeuw weerspiegeld in de bibliotheek. Daarna ging de uitbreiding van de collectie minder voortvarend en werd er, weliswaar met veel zorg en passie, vooral op de winkel gepast. Dat heeft Pieters nooit tegengestaan. ‘Ik hou van geschiedenis. Ik vond dat ik de leukste baan van West-Europa had.’ Ze raakte vergroeid met de bibliotheek. De ‘deftige armoede’ die ze aantrof, vond ze charmant. Eigenlijk heeft Pieters nooit afscheid kunnen nemen. Na haar vertrek werd ze gastmedewerker. ‘Dat Verkruijsse de deuren openzet voor een groter publiek, getuigt van lef,’ vindt de oud-conservator. Pieters: ‘Ik was toch meer het type waakhond en dacht: goede wijn behoeft geen krans. De kenners weten het wel te vinden. Ik was altijd bang voor groepen. Zeker het negentiende-eeuwse papier verkruimelde waar je bij stond. In die zin is de gebruiker de grootste vijand van het boek.’

Westerman

De huidige conservator praat er liever niet over. Maar het voortbestaan van de collectie in de speciaal daarvoor ontworpen galerijbibliotheek hing nog even aan een zijden draadje. De vraag was of de natuurhistorische verzameling op deze locatie bewaard kon blijven na het vertrek van de moderne bibliotheek Biologie naar het Science Park. Het pand kwam voor een groot deel leeg te staan. Hoofdconservator Bijzondere Collecties Garrelt Verhoeven, sinds 2005 ook beheerder van de Artis-collectie, overtuigde het College van het belang van dit academische erfgoed en de onlosmakelijke band tussen collectie en gebouw. Maar zo gaf hij tegelijkertijd aan; daar hangt een prijskaartje aan. Verhoeven: ‘Het gebouw van Salm voldoet niet meer aan de moderne eisen en dat betekent restauratie. Ik weet dat “commercieel” een vies woord is in de erfgoedwereld, maar denk dat een meer zakelijke aanpak onvermijdelijk is.’ De komst van het Amsterdam University College vorig jaar als nieuwe tijdelijke huurder en inkomstenbron kwam als geroepen. Verhoeven: ‘Dat gaf ons een adempauze. Eind dit jaar willen we samen met Artis-directeur Haig Balian een toekomstplan presenteren waarin staat hoe het bibliotheekgebouw kostendragend wordt.’ Haast symbolisch voor deze samenwerking is dat de ingang aan de Artis-zijde van de bibliotheek weer opengaat. Het gebouw komt in de toekomst te liggen aan een kennisplein samen met een natuurhistorisch museum en microzoo. Balian wil het negentiende-eeuwse Artis doen herleven en actualiseren. Het lijkt erop dat de geest van Westerman weer door de dierentuin waart.

Dit bericht was geplaatst inMijn werk. Bookmark the permalink. Zowel reacties als trackbacks zijn gesloten.